Bevrijding
Umberto Olombardi herinnert zich aan de bevrijding van het kamp Fullen, april 1945:
„De vrijheid bereikte ons plotseling op 5 april. (...) Ze zijn er niet meer, ze zijn weg – fluisterde een man mij toe, die zich in de deuropening breed maakte om mij de weg te versperren. (...) De wachttorens op de hoeken van het terrein stonden leeg. Langs het hek niets dan leegte en stilte. Alleen wie maandenlang op de torens van het kamp de kille Duitse blik van onder de helm gezien had en de donkere loop van het op ons gerichte machinegeweer kan begrijpen waarom ik op dat moment bang werd. Ja, ze waren er hals over kop vandoor gegaan. (...)
Drie dagen bleven we uit vrije wil in het kamp, zonder iemand te zien te krijgen. (...) Op de morgen van de vierde dag stond ik met Bertoli bij de wasbak m'n mok af te wassen, toen er een luid gegons van stemmen weerklonk. (...) We zetten onze mokken met een klap neer en renden de barak uit. (...) Op de appelplaats waren drie gepantserde verkenningsvoertuigen tussen de grijsgroene lompen van een gek geworden menigte te zien. (...) Vanaf de wagens keken drie Canadese soldaten vol verwondering op ons neer. “
(uit: DieBrücke, Nr. 4-5, 1955, herdrukt in: Nel cinquantenario della
liberazione 1945-1995, uitgegeven door A.N.E.I, Rome 1995).