Wie was Friedrich Engels
Op 5 augustus 1895 stierf Friedrich Engels te Londen. Na Marx was Engels de voornaamste verdediger van het moderne proletariaat in de ontwikkelde wereld. Vanaf het moment dat de twee elkaar ontmoetten, wijdden zij hun leven aan een gemeenschappelijk doel.

Friedrich Engels werd in 1820 geboren in Barmen in het koninkrijk Pruisen. In 1838 werd Engels door familiale omstandigheden verplicht om, zonder zijn studies af te maken, in Bremen te gaan werken als klerk. Dit weerhield hem er echter niet van om zichzelf wetenschappelijk en politiek te blijven scholen. In die periode domineerden de ideeën van Hegel en de Duitse filosofie, en Engels werd een aanhanger van Hegel. Hoewel Hegel een aanhanger was van de autocratische Pruisische staat, waren Hegels ideeën revolutionair te noemen. Hegel geloofde in de rede van de mens en in zijn rechten. De fundamentele these van de hegeliaanse filosofie, namelijk dat het universum een voortdurend proces van verandering en ontwikkeling doormaakt, leidde sommigen tot het idee dat de strijd tegen de bestaande orde deel uitmaakt van die ontwikkeling. Immers, als alle dingen zich ontwikkelen, als bepaalde instituties plaats maken voor andere, waarom zou de verrijking van een kleine minderheid op de kap van de overgrote meerderheid dan voor altijd moeten voortduren?

Hegels filosofie was echter in hoofdzaak gericht op de ontwikkeling van de geest en van ideeën. Het was een idealistische filosofie. Vanuit de ontwikkeling van de geest wordt de ontwikkeling van de natuur, van de mens en van de sociale relaties afgeleid. Marx en Engels behielden Hegels idee van een voortdurend proces van ontwikkeling, maar zij verwierpen het idealistische wereldbeeld. Volgens hen was het niet de ontwikkeling van de geest die de ontwikkeling van de natuur verklaart, maar omgekeerd; de ontwikkeling van de geest moet juist afgeleid worden uit de ontwikkeling van de natuur, uit de ontwikkeling van materie. In tegenstelling tot Hegel waren Marx en Engels materialisten. Zij bekeken de wereld vanuit een materialistisch wereldbeeld en stelden dat net zoals materiële oorzaken aan de oorsprong liggen van alle natuurlijke fenomenen, ook de ontwikkeling van de menselijke samenleving bepaald wordt door de ontwikkeling van de materiële krachten, de productiekrachten. De ontwikkeling van de productiekrachten is bepalend voor de relaties die mensen onderling aangaan bij de productie van die zaken die nodig zijn voor de bevrediging van de menselijke noden. Deze relaties zijn op hun beurt bepalend voor alle fenomenen van het sociale leven, voor de menselijke aspiraties en voor de ideeën en de wetten. De ontwikkeling van de productieve krachten creëert sociale relaties die gebaseerd zijn op privé-eigendom, maar we zien ook dat dezelfde ontwikkeling van de productieve krachten ervoor zorgt dat het grootste deel van de private eigendom gecontroleerd wordt door slechts een kleine minderheid van de mensen.

Socialisten moeten dan gaan kijken welke krachten in de maatschappij gebaat zijn bij het tot stand komen van het socialisme. Zij proberen deze krachten bewust te maken van hun eigen belangen en hun eigen historische taak. Een dergelijke maatschappelijke kracht is het proletariaat. Friedrich Engels leerde het proletariaat kennen in Engeland, in het hart van de Engelse industrie, Manchester, waar hij zich in 1842 vestigde. Hij ging er werken in het bedrijf waar zijn vader aandeelhouder was. Engels besteedde er zijn tijd niet alleen binnen de muren van het bedrijf, maar verkende ook de achterbuurten waar de arbeiders opeengepakt leefden. Daar aanschouwde hij met eigen ogen hun armoede en ellende. Bovendien beperkte hij zich niet tot persoonlijke observaties, maar bestudeerde hij alles van wat er tot dan gepubliceerd was over de toestand van de Britse arbeidersklasse. Die studies leidden uiteindelijk tot het boek dat gepubliceerd werd in 1845: De toestand van de arbeidersklasse in Engeland. Vóór Engels was het lijden van het proletariaat reeds herhaaldelijk beschreven en was er meermaals gewezen op de noodzaak om de arbeidersklasse te helpen. Engels was echter de eerste om te stellen dat de arbeidersklasse niet alleen een lijdend voorwerp was, maar dat het juist de slechte economische omstandigheden van de arbeidersklasse zijn die hen er toe drijft om te vechten voor emancipatie. En een strijdend proletariaat helpt zichzelf. De politieke beweging van de arbeidersklasse zal er onvermijdelijk toe leiden dat de arbeiders gaan beseffen dat hun emancipatie in het socialisme te vinden is. Anderzijds zal het socialisme slechts een kracht kunnen worden wanneer dit het doel wordt van de politieke strijd van de arbeidersklasse.

Deze en andere ideeën werden door Engels beschreven in zijn boek over de omstandigheden van de arbeidersklasse in Engeland. In die zin was het boek een enorme aanklacht tegen het kapitalisme en tegen de bourgeoisie. Noch voor 1845, en in feite ook niet meer erna, werd er zo een treffende beschrijving gegeven van het lijden en de armoede van de arbeidersklasse.

Het was pas wanneer Engels naar Engeland verhuisde dat hij een socialist werd. In Manchester kwam hij in contact met mensen die actief waren in de Engelse arbeidersbeweging. In diezelfde periode begon hij ook artikels te schrijven voor allerhande socialistische publicaties. Toen hij in 1844 op terugreis was naar Duitsland, leerde Engels in Parijs Marx kennen, met wie hij reeds correspondeerde. In Parijs, onder de invloed van de Franse socialisten, was Marx ook al socialist geworden. Beide vrienden schreven hier een boek: De Heilige Familie. Dit boek, dat een jaar voor De toestand van de arbeidersklasse in Engeland verscheen en dat voor het grootste deel door Marx was geschreven, bevatte de basis van het materialistische, revolutionaire socialisme. 'De heilige familie' wordt in het boek gebruikt als metafoor voor de gebroeders Bauer en hun volgelingen. Deze filosofische stroming verdedigde een kritiek die boven alle realiteit stond en dus boven alle partijen en alle politiek. Het was een kritiek die boven alle praktische activiteit stond en die enkel de wereld en de gebeurtenissen die daarin plaatsvonden op een kritische manier bekeek. Bovendien beschouwden de gebroeders Bauer het proletariaat als een onkritische massa. Marx en Engels kantten zich duidelijk tegen deze absurde denkstroming. In naam van reële mensen, met name de arbeiders, eisten zij een strijd voor een betere maatschappelijke orde. Zij zagen het proletariaat als een kracht die in staat is om deze strijd te voeren.

Reeds voor het verschijnen van De heilige familie had Engels al een aantal zaken gepubliceerd in Marx' en Ruges Deutsch-Franzosische Jahrbücher. Het ging meerbepaald over enkele kritische essays over politieke economie waarin hij de voornaamste fenomenen van de hedendaagse economische orde vanuit een socialistisch standpunt onderzocht. Volgens hem waren de voornaamste kenmerken van de hedendaagse economische orde het gevolg van de heerschappij van de private eigendom.

Het contact met Engels was ongetwijfeld een belangrijke factor in Marx' beslissing om eveneens politieke economie te gaan studeren. De politieke economie was immers de wetenschap waarbinnen Marx' werk een enorme revolutie heeft teweeggebracht.

Tussen 1845 en 1847 leefde Engels in Parijs en Brussel, waar hij wetenschappelijk werk combineerde met praktische activiteiten onder de Duitse arbeiders die in Brussel en Parijs leefden. Hier kwamen Marx en Engels in contact met de geheime Duitse Communistenbond, waarvoor zij de principes van het socialisme die zij hadden uitgewerkt, op papier zetten. Dit was het Manifest van de Communistische Partij, dat gepubliceerd werd in 1848. Dit kleine boekje bewijst tot op vandaag zijn enorme waarde en vormt nog steeds een belangrijke inspiratie en een leidraad voor het proletariaat van de gehele wereld.

De revolutie van 1848, die het eerst uitbrak in Frankrijk en zich dan verspreidde over de rest van West-Europa, bracht Marx en Engels terug naar hun moederland. Daar namen zij deel aan de democratische Neue Rheinische Zeitung, die gepubliceerd werd in Keulen. De twee vrienden bevonden zich in het hart van de revolutionair-democratische beweging. Zij vochten voor de verdediging van de vrijheid en de belangen van de mensen, tegen de krachten van de reactie. De Neue Rheinische Zeitung werd echter verboden en Marx, die tijdens zijn voorgaande ballingschap de Pruisische nationaliteit reeds was afgenomen, werd gedeporteerd. Engels nam deel aan een gewapende opstand en vluchtte, na de nederlaag van de rebellen, via Zwitserland naar Londen.

Ook Marx vestigde zich in Londen. Engels ging opnieuw aan het werk in het bedrijf van zijn vader in Manchester en werd er zelfs aandeelhouder. In hun correspondentie wisselden zij allerhande ideeën uit en werkten zij verder aan de ontwikkeling van de ideeën van het wetenschappelijk socialisme.

In 1870 keerde Engels terug naar Londen, waar hij de samenwerking met Marx voortzette tot aan de dood van Marx in 1883. Marx werkte hierbij vooral aan de analyse van de complexe fenomenen van de kapitalistische economie en Engels besteedde zijn aandacht vooral aan meer algemene wetenschappelijke problemen zoals de materialistische opvatting van de geschiedenis. Enkele van Engels' belangrijkste werken zijn Anti-Dühring; De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat; Ludwich Feuerbach en een aantal artikels over maatschappelijke kwesties van allerlei aard. Karl Marx stierf voordat hij de laatste hand kon leggen aan zijn werk over Het Kapitaal. Het voorbereidende werk was echter grotendeels volbracht, en na de dood van Marx nam Engels de taak op zich om het tweede en derde deel van Het Kapitaal af te maken en te publiceren. Adler, een Oostenrijkse sociaal-democraat, merkte hierover op dat door deel II en III van Het Kapitaal te publiceren, Engels ervoor gezorgd heeft dat Marx niet alleen een monument is geworden, maar beschouwd kan worden als een genie zonder voorgaande.

Na de revolutie van 1848-49, toen Marx en Engels in ballingschap leefden, beperkten zij zich niet alleen tot wetenschappelijk onderzoek. Marx speelde in 1864 een vooraanstaande rol bij de oprichting van de International Working Men's Association en leidde deze vereniging gedurende meer dan een decennium. Ook Engels nam actief deel aan deze activiteit. Het werk van de International Working Men's Association was er op gericht om, in overeenkomst met Marx' ideeën, de arbeidersklasse over de hele wereld te verenigen. Maar zelfs nadat de International Association werd opgedoekt tijdens de jaren '70 van de 19e eeuw, hield de rol van Marx en Engels niet op. Men kan zelfs stellen dat hun invloed als intellectuele leiders van de arbeidersklasse toenam naarmate de arbeidersbeweging zelf groeide in omvang.

Na de dood van Marx werkte Engels alleen voort als leider van de Europese socialisten. Zijn advies en zijn aanwijzingen werden vooral gevolgd door de Duitse socialisten, die ondanks harde repressie vanwege de regering snel aan invloed wonnen en in omvang toenamen. Ook onder meer de Spaanse, Roemeense en Russische arbeiders deden veelvuldig een beroep op de rijke kennis en de ervaring van de oude Friedrich Engels.

Zowel Marx als Engels waren democraten, maar vooral socialisten. De democratische afkeer voor politiek despotisme was bij beiden in grote mate aanwezig. Dit direct politieke gevoel, gecombineerd met een ontwikkeld theoretisch begrip van het verband tussen politiek despotisme en economische onderdrukking, leidde tot hun ongewone politieke activiteit.

Marx en Engels, die beiden Russisch spraken, interesseerden zich in grote mate in de ontwikkeling van een revolutionaire beweging in Rusland. Zij hadden de grootste sympathie voor de heroïsche strijd van een handvol Russische revolutionairen tegen het machtige tsaristische regime. Meer nog, beiden zagen duidelijk in dat een politieke revolutie in Rusland van uitermate belang zou zijn voor de West-Europese arbeidersbeweging. Autocratisch Rusland was steeds een voorbeeld geweest voor de Europese reactionaire regimes in het algemeen, en de uitzonderlijke internationale positie van Rusland na de Frans-Duitse oorlog van 1870 bevestigde het belang van autocratisch Rusland alleen maar. Enkel een vrij Rusland, een Rusland dat geen belang meer had bij de onderdrukking van Polen, Finnen, Duitsers, Armeniërs en vele anderen, zou ervoor kunnen zorgen dat de rest van Europa zich bevrijdde van de reactionaire elementen en zou de Europese arbeidersklasse in belangrijke mate versterken.