Kunnen democratie en socialisme samen bestaan
stalinisme. Het was een regime waar de economie in handen was van de staat, maar waar de burgers niet participeerden in het beheer van die economie. De bureaucratische kaste controleerde en beheerde de economie in dienst van haar eigen belangen. Dit had weinig te maken met socialisme. Het is zelfs zo dat Stalin honderden en duizenden socialistische en communistische militanten heeft laten vermoorden om aan de macht te komen. Het beste voorbeeld hiervan is het feit dat na de stalinistische zuiveringen in de jaren '30 slechts drie leden van het oorspronkelijke Centraal Comité van de bolsjewistische partij nog in leven waren: Leon Trotski (die verbannen was), Alexandra Kollontai en Jozef Stalin zelf. De anderen, behalve enkelen zoals Lenin die een natuurlijke dood stierven, werden zo goed als allemaal geëlimineerd door de stalinisten. Alexandra Kollontai werd politiek op een zijspoor gezet, Stalin stuurde haar naar Zweden als ambassadrice, een beleefde manier om haar te verbannen. De eveneens verbannen Trotski werd in 1940 door een agent van Stalin vermoord in Mexico, waar hij in ballingschap leefde nadat hij uitgewezen was uit de Sovjetunie. Stalin had het elimineren van deze twee laatsten omzichtiger aangepakt aangezien zij, en dan vooral Trotski, een grote populariteit genoten onder de bevolking.
Belangrijk om te onthouden is echter dat socialisme en communisme gebaseerd zijn op échte democratie; niet slechts vage, burgerlijke democratie maar directe arbeidersdemocratie, democratie voor en door de meerderheid van de bevolking over alle facetten van de maatschappij. Zoals Leon Trotski ooit zei: “Het socialisme heeft democratie nodig, net zoals de mens zuurstof nodig heeft.”
Het idee dat het socialisme en democratie tegengesteld zijn aan elkaar, is volledig fout. Het is integendeel net het kapitalisme, dat meestal gelijkgesteld wordt met democratie, dat een laag democratisch gehalte kent. Binnen de kapitalistische burgerlijke democratie kunnen we wel om de zoveel jaar gaan stemmen bij de parlementsverkiezingen, maar in de termijn tussen twee verkiezingen hebben de heren en dames die ons dan moeten vertegenwoordigen zo goed als vrij spel. Van een echte vertegenwoordiging is in feite geen sprake, en evenmin van een echte vrije keuze. Bovendien worden de verkiezingen steeds gefinancierd door allerhande grote bedrijven en mensen met geld. In de praktijk is er onder het kapitalisme dan ook alleen maar democratie voor de rijken en de machtigen. Daarom noemen we ons politieke systeem in wetenschappelijke termen ook wel burgerlijke democratie. Niet omdat het een vertegenwoordiging is van alle burgers maar omdat de overgrote meerderheid van de samenleving slechts vertegenwoordigd wordt door de burgerij, wat de Nederlandse vertaling is van het Franse woord bourgeoisie, de heersende klasse in het kapitalisme.
Bovendien is het zo dat de regeringen die wij verkiezen in feite weinig bewegingsvrijheid hebben inzake het beleid dat ze kunnen voeren. Wanneer de drie rijkste mensen van de VS een gezamenlijk bezit hebben dat gelijk is aan de rijkdom van 115 miljoen gewone Amerikanen, dan is het toch duidelijk wie eigenlijk baas is in dat land. Door het kader dat deze happy few creëren met hun economische beslissingen, bepalen zij in feite het leven van miljoenen gewone mensen, hun vooruitzichten op werk, hun toegang tot de gezondheidszorg en onderwijs enzovoort. En wanneer de belangen van de grote bedrijven geschaad worden, gebruiken zij de regeringen om hen te helpen.
Toen bijvoorbeeld de democratisch verkozen regering van Allende in Chili in 1973 besliste om de kopermijnen en het communicatienet (dat eigendom was van Amerikaanse bedrijven) te nationaliseren, beslisten deze bedrijven om miljoenen aan de CIA te doneren, die deze fondsen gebruikte om een militaire coup in Chili te organiseren. Deze coup verving de democratisch verkozen regering van Allende door een militaire dictatuur onder leiding van Pinochet. Een gelijkaardig scenario vond recentelijk plaats in Venezuela toen president Chavez o.a. de gronden beter wou verdelen onder de boeren en de olie-industrie gedeeltelijk aan de controle wou onttrekken van de oliebaronnen en het Amerikaanse imperialisme. De Venezolaanse heersende klasse orchestreerde in samenspraak met Washington een coup op 11 april 2002, maar ze werden teruggeslagen door de massa van arme arbeiders en boeren die 'hun' president kwamen verdedigen. Toch blijft de Venezolaanse bourgeoisie azen op de val van Chavez, en ze zetten daartoe alle middelen in zoals de media (die grotendeels in hun handen zijn), de Kerk, het gerecht en zelfs de rechtse vakbondsleiding.
Binnen het kapitalisme bepalen de grote kapitaalgroepen in laatste instantie uiteindelijk het beleid. Regeringen en partijen bestaan niet in een vacuüm, maar worden direct beïnvloed door de rijken en de machtigen. Het reuzenbedrijf Enron kreeg wereldfaam door zijn corrupte praktijken waarmee het bijna de regering van Bush meesleurde in zijn val. Enron schonk 5,8 miljoen dollar aan kandidaten in de Amerikaanse federale verkiezingen van 2002, 71 van de honderd senatoren werden met geld van Enron verkozen en 73 procent van het geld ging naar de Republikeinen. In Groot-Brittannië steunde Enron financieel New Labour. In ruil voor die steun verdedigde de overheid de belangen van Enron. De Franse multinational Vivendi versaste tientallen miljoenen euro via illegale commissies naar de rekeningen van de partij van Jacques Chirac. In ruil daarvoor kregen ze allerlei contracten van de overheid. De Amerikaanse biotechnologische industrie probeert de rest van de wereld genetisch gemanipuleerde gewassen op te dringen. Daarvoor bedienen ze zich van de Amerikaanse staat, die immers een instrument is voor hun belangen. Minister van Justitie John Ashcroft kreeg bij de verkiezingen van 2002 geld van Monsanto voor zijn campagne. Hetzelfde geldt voor minister van Gezondheidszorg Tommy Thompson. Minister van Landbouw Ann Veneman zat tussen 1993 en 1995 in de raad van bestuur van Calgene Inc., dat genetisch gemanipuleerde gewassen op de markt brengt en in 1997 door Monsanto werd overgenomen. Politici switchen voortdurend tussen de politiek en het bedrijfsleven. Ex-premier Jean-Luc Dehaene werd na zijn regeertermijn bestuurder van Union Minière en Lernout & Hauspie, dat net als Enron ten onder ging aan het openbarsten van de IT-bel en corrupte praktijken.
Onder het socialisme daarentegen bevindt de economische rijkdom van een land of zelfs van de hele wereld zich niet in private handen, maar is ze eigendom van de meerderheid van de bevolking, die deze rijkdom op een democratische wijze beheert en controleert. Dit zou echte democratie betekenen, waarbij de mensen controle over hun leven hebben. We zouden in staat zijn om onze vertegenwoordigers in het parlement en in de regering op een daadwerkelijk democratische manier te verkiezen en tegelijkertijd zouden deze vertegenwoordigers daadwerkelijke macht over de economie hebben, zodat ze echt dingen kunnen veranderen. Bovendien zouden onze politieke vertegenwoordigers permanent afzetbaar zijn wanneer zij de taak waarvoor ze verkozen zijn, niet naar behoren vervullen. Zo kunnen we iemand anders aanduiden als onze vertegenwoordiger wanneer we denken dat die het beter zou doen. Verder zouden onze verkozen vertegenwoordigers niet meer verdienen dan het loon van een geschoolde arbeider. Dit zou in schril contrast staan met de huidige situatie, waar de 'verkozenen van het volk' een materiële status verwerven die totaal niet overeenstemt met het leven dat de meerderheid van de bevolking leidt. Dit kan ervoor zorgen dat de politieke mandaten ingevuld worden door mensen die werkelijk interesse hebben om de baan uit te oefenen in plaats van dat de politiek overspoeld wordt door carrièristen, zoals vandaag het geval is. Op deze manier kunnen onze verkozen vertegenwoordigers ook uit alle lagen van de maatschappij komen. Lenin zei hierover ooit: “Zelfs onze kok moet eerste minister kunnen worden.”
Een ander idee dat vaak aangehaald wordt, is de stelling dat het regime in de vroegere Sovjetunie gebaseerd zou zijn op de marxistische leer. Het is algemeen bekend dat er in de Sovjetunie weinig of geen democratie bestond. Volgens ons had het regime in de Sovjetunie echter weinig te maken met socialisme. Het regime viel eerder te omschrijven als