Hoe zit het met Cuba Che Guevara en Fidel Castro
Wat denken marxisten over guerrillastrijd?).
Ondanks haar tekortkomingen en aberraties is de geplande economie een uiterst progressieve stap voorwaarts die de levenskwaliteit van de plaatselijke bevolking heeft doen stijgen in vergelijking met de meeste andere delen in Latijns-Amerika. Sinds de val van de USSR heeft Cuba het moeten stellen zonder de aanzienlijke hulp die het voorheen kreeg. Het gebrek aan democratie en de schaarste aan basisproducten (grotendeels te wijten aan het criminele embargo dat opgelegd wordt door het Amerikaanse imperialisme) zorgen ervoor dat de jongere generatie sceptischer staat tegenover het regime. De oudere generatie blijft grotendeels loyaal omdat ze weten hoe het leven eruit zag toen het land nog gedomineerd werd door de landheren en het imperialisme. Als ze bovendien rond zich heen kijken naar de naburige landen, dan worden ze er direct aan herinnerd hoe het leven eruit zou zien indien het kapitalisme opnieuw ingevoerd zou worden.
Socialisten over de hele wereld hebben de plicht de Cubaanse revolutie te verdedigen tegen de pogingen van het Amerikaanse imperialisme om ze te vernietigen, net zoals ze zich moeten verzetten tegen de pogingen van het Europese kapitalisme om de heerschappij van het kapitaal stap voor stap door te voeren. Tegelijkertijd moeten we uitleggen dat een echt socialisme niet tot stand kan worden gebracht zonder werkelijke arbeidersdemocratie en bovenal dat het socialisme niet in één land, laat staan op één enkel eiland, opgebouwd kan worden. De grootste bijdrage die we kunnen leveren om de verworvenheden van de Cubaanse revolutie te verdedigen is daarom te vechten voor het socialisme in onze eigen landen.
Meer dan dertig jaar na de brutale moord door het Boliviaanse leger (met steun van de CIA), blijft het gezicht van Che Guevara een van de meest herkenbare in de wereld. Hij hangt uit op posters in studentenkamers, er zijn talloze T-shirts met zijn gezicht op en ironisch genoeg lijkt de reclamewereld geld in Che te zien. Vooral onder jongeren blijft hij een icoon, en dat niet alleen in Latijns-Amerika, maar ook in het Westen. De Boliviaanse huurmoordenaars waren zodanig bang van Che dat ze na zijn dood zijn handen afhakten zodat ze konden bewijzen dat hij werkelijk dood was, waarna ze hem anoniem onder een weg begroeven. Ze vreesden dat Che zelfs na zijn dood een brandpunt zou kunnen zijn voor de revolutie.
De Cubaanse revolutie, die geleid werd door Fidel Castro en Che Guevara, was ongetwijfeld een stap voorwaarts voor de arbeidersklasse van Latijns-Amerika en de wereld. Wat was echter het programma van deze beweging? Wat was de sociale basis voor die revolutie? Om de gebeurtenissen in Cuba te begrijpen is het belangrijk in te zien welke rol de verschillende klassen spelen in de maatschappij, en het standpunt van het marxisme ten opzichte van guerrillastrijd.
Het Cuba van vandaag is een gedeformeerde arbeidersstaat, een regime van proletarisch-bonapartisme (stalinisme). Dit houdt in dat de economie genationaliseerd en gepland is, maar niet onder de democratische controle staat van het gewone volk van onderen uit, veeleer bureaucratisch van bovenaf. Ondanks de heroïsche strijd van het Cubaanse volk tegen het imperialisme moeten we objectief kijken naar de politieke en economische situatie om tot een marxistische klassenanalyse te komen.
Castro's aanhang verenigde zich rond een burgerlijk-democratisch programma en bestond hoofdzakelijk uit landbouwers, boeren en lompenproletariaat. Castro begon als een burgerlijke democraat en had als modelmaatschappij de Verenigde Staten voor ogen (Abraham Lincoln was een van zijn persoonlijke helden). De tussenkomst van de arbeidersklasse kwam er pas toen de strijd in haar laatste stadium verkeerde, toen Castro opmarcheerde naar Havana. Ter ondersteuning riepen de arbeiders een algemene staking uit. De val van Havana betekende de ineenstorting van het gehate leger en politie van het regime van Batista. De macht was stevig in handen van Castro's guerrilla's.
De evolutie van het regime naar een omverwerping van het kapitalisme en grootgrondbezit kwam er niet als resultaat van een bewust uitgedacht proces. Het waren integendeel de fouten van het Amerikaanse imperialisme die Castro tot onteigeningen dwongen. Aangezien 90 procent van de economie in handen was van de Amerikaanse kapitalisten, voerde de Amerikaanse heersende klasse een blokkade in op Cuba op een moment dat Castro enkel burgerlijk-democratische hervormingen doorvoerde. De monopolies, die aan het roer stonden van Cuba, waren gekant tegen de belastingen die Castro wou invoeren om aan geld te geraken voor zijn hervormingen. Hoewel deze belastingen lager waren dan de belastingen die ze betaalden aan het moederland, protesteerden ze woedend en zochten ze steun bij Washington.
Als vergelding voor de blokkade nam het Cubaanse regime Amerikaanse activa in bezit. Dit betekende dat negen tiende van de landbouw en industrie in handen van de staat terechtkwam. Het Cubaanse regime nationaliseerde dan ook maar het overblijvende tiende deel. Ze hadden het model van Joegoslavië, China en Rusland voor ogen en namen dit model als voorbeeld voor hun eigen regime. Nooit was er in Cuba enige vorm van arbeidersdemocratie. Het proletarisch-bonapartisme (stalinisme) van het regime wordt verpersoonlijkt door Castro en de bijeenkomsten op het Plein van de Revolutie, waar de enige bijdrage van het gewone volk is dat ze 'si' mogen zeggen aan Castro's oproepen. Cuba is door de jaren heen een eenpartijstaat gebleven zonder arbeiders- en boerenraden (sovjets) en zonder echte arbeiderscontrole over de industrie en de staat.
Het is dan ook logisch dat meer en meer zaken gebureaucratiseerd raakten. Dit was onvermijdelijk, gezien de isolatie van de revolutie en de manier waarop de revolutie zich ontwikkelde. De arbeidersmilitie is ontwapend en de verschillen tussen de bureaucraten en de werkende klasse worden nog steeds groter. De ontwikkeling van een staatsapparaat bovenop en onafhankelijk van de massa's is nog steeds aan de gang.
De heldhaftigheid van Guevara mag ons niet blind maken voor zijn theoretische tekortkomingen. De herhaling van een politiek à la Castro in de Latijns-Amerikaanse landen is een misdaad tegen de internationale arbeidersklasse. De literatuur van het marxisme staat vol verklaringen over de rol van de verschillende klassen in de maatschappij: die van het proletariaat, de boeren, de kleinburgerij en de bourgeoisie. Toen Che in Bolivia vermoord werd, zat hij in de jungle met een handvol boerenguerrillero's. Tezelfdertijd begon de Boliviaanse arbeidersklasse zich te roeren en mobiliseerde ze massaal in de steden. Marxisten richten zich tot de werkende klasse omdat zij de enige kracht op aarde is die de mensheid naar het socialisme kan leiden. Een boerenoorlog kan nooit tot een hoog niveau van bewustzijn leiden, precies door de aard van de strijd die gevoerd wordt (zie