Darwins revolutionaire idee
14/03/10 00:51

| Precies 150 jaar geleden, op 24 november 1859, verscheen On The Origin of Species van Charles Darwin, een van de grootste mijlpalen in de geschiedenis van de wetenschap. Daarin ontwikkelde Darwin de evolutietheorie die stelt dat biologische soorten niet onveranderlijk zijn, maar verwant zijn aan elkaar en evolueren door een proces van variatie en natuurlijke selectie. Vóór de tijd van Darwin beperkten biologen zich in essentie tot het groeperen van organismen in soorten, families en andere zogenaamde taxa. Vooral Carl Linnaeus (1707-1778) - die zijn hele leven doorbracht met het benoemen en ordenen - wordt geassocieerd met deze 'beschrijvende fase' in de biologische wetenschap. Maar de idee dat soorten zelf ook zouden veranderen, was ondenkbaar. Soorten lijken op het eerste gezicht immers niet te veranderen. Kippen leggen eieren en uit die eieren komen weer kippen, dus hoe kan er dan een nieuwe soort ontstaan? Maar schijnt bedriegt. Ook zaken die onveranderlijk schijnen, veranderen toch. De continenten onder onze voeten veranderen, atomen veranderen ook, vulkanen lijken meestal bijzonder rustig (onder het oppervlak veranderen ze), productiewijzen, ideeën, socialistische partijen,... alles verandert. E pur si muove, zei Galilei. En toch bewegen die soorten, dat was de revolutie die Darwin teweegbracht in de biologie. Darwin wist al dat je artificieel rassen kunt kweken, bijvoorbeeld door bloemen of duiven selectief te kruisen (artificiële selectie). Hij had ook gelezen over Thomas Malthus, een econoom - maar eigenlijk vooral een aartsconservatieve priester - die stelt dat overbevolking de oorzaak is van de armoede in de wereld en die de overheid daarom aanraadt om de hygiëne in de steden liefst zo ongezond mogelijk te maken om de bevolking alvast preventief wat uit te dunnen. Sommige groene en rode denkers proberen dit warm water momenteel opnieuw uit te vinden. Gelukkig schuiven ze daarbij (nog) niet dezelfde oplossingen naar voren als Malthus. Van Malthus haalde Darwin de idee dat mens en dier verwikkeld zijn in een struggle for existence. Bovendien werd Darwin op zijn buitenlandse reizen geconfronteerd met de enorme biodiversiteit en stelde hij vast dat veel soorten op een merkwaardige manier zijn aangepast aan hun omgeving (bv. de vele verschillende soorten vinken op de Galapagos-eilanden). Zijn besluit was even eenvoudig als geniaal: de natuur selecteert ook. De organismen die het best aangepast zijn aan hun omgeving overleven, krijgen het meeste nakomelingen en hun kenmerken domineren daardoor na enkele generaties de populatie. Evolutie is de verandering van de kenmerken van populaties door de tijd heen. |



