Geschreven: 1933-1936
Bron:
Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 22. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands – De tekst moet oorspronkelijk een brochure geweest zijn, met op de kaft ‘Entrisme’ en het nummer 103, verdere gegevens ontbreken
Deze versie: spelling - de noten in de tekst ontbreken, zodoende is er enkel de opsomming aan het einde van de tekst
Transcriptie/HTML en contact:
Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive


Waarheen met de Onafhankelijke Arbeiderspartij (ILP)?
(18 augustus 1933)

De laatste politieke beslissingen die genomen zijn door de Nationale Raad van de Britse Independent Labour Party tonen aan dat deze partij, na haar breuk met de reformisten, zich verder en verder naar links beweegt. We bemerken dezelfde evoluties ook in andere landen: binnen de sociaaldemocratische partijen vormen zich linkse vleugels, die vervolgens afsplitsen van de moederpartij en die op eigen kracht een revolutionaire weg proberen te bewandelen. Deze processen tonen enerzijds de diepe crisis aan van het kapitalisme en het reformisme, hetgeen daar onverbrekelijk mee verbonden is en anderzijds tonen ze het onvermogen aan van de Komintern om de revolutionaire stromingen die zich voordoen in de arbeidersbeweging rond zich te groeperen.

Nochtans is de situatie zoals die in Engeland bestaat nog gecompliceerder door een nooit geziene combinatie. Daar waar de Komintern in andere landen verder gaat met het afschilderen van de linkse socialistische organisaties als “linkse sociaalfascisten” en als “de meest gevaarlijke contrarevolutionairen”, is er in Groot-Brittannië een permanente samenwerking tot stand gekomen tussen de ILP en de Britse KK. Het blijft een raadsel hoe de leiders van de Komintern erin slagen deze samenwerking te doen rijmen met de theorie van het “sociaalfascisme”. In het julinummer van het theoretische orgaan van de Komintern wordt Fenner Brockway, de nieuw benoemde secretaris van de ILP, nog steeds een “contrarevolutionair” genoemd. Er is geen sterveling die wijs geraakt uit deze contradicties en die een verklaring vindt voor het feit dat de Britse KP een eenheidsfront aanging, deze keer niet van beneden, maar van bovenuit gedirigeerd, een eenheidsfront met leiders die ze “contrarevolutionair” noemen en een front dat niet beperkt blijft tot één praktische samenwerking in de actie, maar dat zich uitbreidt tot een samenwerking in het algemeen. Wanneer we de principiële kwesties even ter zijde laten, dan kan men gemakkelijk tot een verklaring komen van dit feit: ondanks de uitermate gunstige omstandigheden die zich in G.B. ontwikkeld hebben, is de Komintern erin geslaagd zijn Britse sectie volledig te isoleren en te verzwakken t.g.v. hun rampzalige politiek omtrent het Anglo-Russische Comité, de ‘derde periode’, het ‘sociaalfascisme’ en andere blunders. Anderzijds drong de diepgaande sociale crisis van het Britse kapitalisme de ILP naar links. De Komintern, die het niet zo nauw neemt met standvastigheid of logica, greep deze keer de aangeboden samenwerking met beide handen. We zouden deze samenwerking van harte moeten toejuichen en ondersteunen, ware het niet dat ze berustte op dubbelzinnigheden, uitvluchtjes en drukkingsmiddelen die door beide partijen gebruikt werden om ertoe te komen.

De Nationale Raad zegt van de KP dat ze “revolutionair is in haar vooruitzichten, net zoals wijzelf”. Dit is alles wat we van hen vernemen i.v.m. de beoordeling van de KP en de politiek die deze partij voert. Elke ernstige en weldenkende arbeider zal zich de vraag stellen: waarom zijn er dan twee partijen nodig, wanneer ze dezelfde revolutionaire aanpak hebben? Dezelfde arbeider zal nog meer verbaasd zijn wanneer hij verneemt dat de leiders van één van deze gelijke revolutionaire partijen, de leiders van de andere afschilderen als ‘contrarevolutionair’ en ‘sociaalfascistisch’. Misschien houdt de Nationale Raad zichzelf in om een kritische beoordeling te geven omtrent zijn bondgenoot, teneinde het verbond niet te ondermijnen? Maar een verbond tussen revolutionaire partijen, dat niet gebaseerd is op wederzijds kriticisme, maar op diplomatie, zal bij de eerste windstoot van een politieke storm als een kaartenhuisje in elkaar storten.

De Nationale Raad legt het front met de KP uit als een stap naar een verenigd front en ook als een stadium in de vorming van een massale revolutionaire partij. . Elk van deze beide argumenten bevatten een grond van waarheid, maar wanneer men ze mechanisch naast elkaar plaatst, dan spreken ze elkaar tegen. De Nationale Raad herhaalt de stelling dat het verenigd front alle arbeidersorganisaties moet bevatten, voor zover ze willen deelnemen aan de strijd; de Labour Party, de vakbonden en zelfs de coöperatieven. Maar we weten allen, en niet enkel uit de literatuur, maar t.g.v. de tragische ervaringen i.v.m. de Duitse catastrofe, dat de Komintern het verenigd front met de reformisten (‘sociaalfascisten’) verwerpt. Hoe denkt de ILP een verenigd front met reformistische organisaties op te bouwen, tezamen met de KP enkel van beneden uit en onder de leiding van de communistische bureaucratie die van tevoren gegarandeerd is? Er bestaat geen antwoord op deze vraag.

Terloops wordt vermeld dat het front met de KP bepaalde delen van de ‘officiële beweging’ naar rechts heeft doen evolueren en de Nationale Raad drukt de hoop uit dat deze vooroordelen weggenomen kunnen worden door actief tussen te komen in de dagelijkse strijd. Het feit dat de reactionaire vooroordelen van de leiders van de Labour Party en van de Algemene Raad van de TUC de leiders van de ILP niet afschrikt, doet de ILP eer aan. Ongelukkig genoeg betreft het hier niet enkel een kwestie van vooroordelen. Wanneer de communistische bureaucratie verklaart dat reformisme en fascisme tweelingen zijn, dan bekritiseren ze de reformistische leiders niet enkel op een foutieve manier; maar wekken ze bovendien de gerechtvaardigde verontwaardiging op van de reformistische arbeiders. Het is waar dat in de stellingen van de N.R. gesteld wordt dat de kritiek op het reformisme moet gebaseerd zijn op feiten en dat de reformistische arbeiders op die manier moeten vooruitgeholpen worden i.p.v. ze af te stoten; maar over de KP wordt in dit verband met geen voord gerept. Wat kan er bereikt morden met de theorie van het ‘sociale fascisme’? Hoe kan de politiek van het verenigd front in overeenstemming gebracht worden met deze theorie? Door over deze vragen te zwijgen in hun resolutie kan de ILP niet bereiken dat ze voorgoed uit het leven gebannen worden. Een open discussie zou een klein kansje open laten dat de KP gedwongen wordt een correct standpunt in te nemen. Het diplomatisch doodzwijgen van deze zaken kan er enkel toe bijdragen dat de tegenstellingen zich verder ophopen en dat ze de weg voorbereiden tot een nieuwe ramp, wat betreft een volgende massabeweging.

Doordat geen principiële stelling genomen wordt t.o.v. het officiële communisme (stalinisme), blijft de resolutie van de N.R. ergens halverwege hun standpunt t.o.v. het reformisme in de lucht zweven. De reformisten moeten bekritiseerd worden als conservatieve democraten en niet als fascisten, maar de strijd tegen hen moet niet minder onverzoenlijk gevoerd morden, temeer daar het Britse reformisme nu de belangrijkste hinderpaal vormt voor de bevrijding, niet enkel van het Britse, maar ook van het Europese proletariaat. De politiek van het verenigd front met de reformisten is een noodzaak, maar moet beperkt blijven tot praktische taken en meer bepaald tot een defensieve strijd. Er kan geen sprake zijn van het doorvoeren van een socialistische revolutie d.m.v. een eenheidsfront met reformistische organisaties. De belangrijkste taak van een revolutionaire partij bestaat erin de werkende klasse te bevrijden van de invloeden van het reformisme. De vergissing van de Kominternbureaucratie bestaat er niet enkel in dat ze de leiding van een revolutionaire partij als de belangrijkste voorwaarde zien voor de overwinning van het proletariaat — hetgeen volkomen foutief is — maar vooral in het feit dat, hoewel ze niet in staat zijn het vertrouwen van de arbeiders te winnen via een dagelijkse strijd, rekening houdend met de bescheiden taken die ze als minderheid aankunnen, ze toch vooraf reeds dit vertrouwen gaan opeisen, ze ultimatums gaan stellen aan de werkende klasse en ze de pogingen om te komen tot een verenigd front bij voorbaat gaan verstoren omdat de andere organisaties niet bereid zijn de KP vrijwillig de leiding ervan toe te vertrouwen. Dit is geen marxistische politiek maar wel een bureaucratische sabotage. We herhalen het nog een keer: een grondige en blijvende overwinning van de proletarische revolutie is slechts mogelijk wanneer een revolutionaire, t.t.z. échte communistische partij erin slaagt het vaste vertrouwen van de meerderheid van de werkende klasse te winnen, voor de omwenteling. Dit centrale thema wordt niet behandeld in de resolutie. Waarom niet? T.g.v. een ‘tactvolle’ houding t.o.v. de bondgenoot? Niet enkel daarom. Er zijn verderstrekkende redenen. De onvoldoende duidelijkheid van de stellingen van de ILP m.b.t. het verenigd front vloeit voort uit het onvoldoende doorzicht in de methodes van de arbeidersrevolutie. Deze thesis spreekt van de noodzaak “de controle over het economisch systeem en de staat uit de handen van de kapitalistische klasse te ontrukken en haar over te dragen aan de arbeidende klasse”. Maar hoe kan dit gigantische probleem opgelost worden? Op dit kernvraagstuk van ons tijdperk antwoordt de thesis met een simpel zinnetje: “dit kan enkel bereikt worden door een verenigde actie van de werkende klasse”. De strijd om de macht en de arbeidersdemocratie blijven voor hen abstracte kwesties, die gemakkelijk uit het zicht kunnen verdwijnen in de verwarde perspectieven van dit verenigd front.

Wanneer het erom gaat voorgekauwde revolutionaire formules uit te kramen, dan bekleedt de bureaucratie van de KP ongetwijfeld een gunstiger positie. En het is precies hierin dat deze bureaucratie erin slaagt de leiding van de ILP de loef af te steken. Het moet openlijk gezegd worden: dit oppervlakkige, zuiver formele voordeel kan gemakkelijk tot de liquidatie van de ILP leiden (onder de gegeven omstandigheden), zonder dat de KP noch de revolutie erbij gebaat zullen zijn. De objectieve omstandigheden hebben er meermaals voor gezorgd dat tien en zelfs honderdduizenden arbeiders hun toevlucht zochten tot de Britse sectie van de Komintern. Maar de leiding van de Komintern was enkel bij machte ze te ontmoedigen en ze af te stoten. Wanneer de ILP vandaag de rangen van de KP zou vervoegen, dan zouden binnen enkele maanden reeds, één derde van de nieuwe leden teruggekeerd zijn naar de Labour Party, één derde zou reeds uitgestoten zijn wegens een “verzoenende houding t.o.v. het trotskisme” en voor gelijkaardige misdaden. Het overblijvende deel tenslotte, zou gedesillusioneerd in al zijn verwachtingen, in een volledige apathie vervallen. Als gevolg van dit experiment zou de KP zichzelf meer verzwakt en geïsoleerd hebben dan ooit tevoren.

De ILP kan de Britse arbeidersbeweging redden van dit nieuwe gevaar door zichzelf te bevrijden van alle onduidelijkheden en verwarring m.b.t. de methodes van de arbeidersrevolutie en door een echte revolutionaire arbeiderspartij te worden. Het is niet nodig op dit gebied naar nieuwigheden te zoeken; alles is reeds gezegd en goed gezegd door de eerste vier congressen van de Komintern, in plaats van zich in te laten met bureaucratische vervangmiddelen voor de basisbeginselen, is het beter de leden van de ILP aan te zetten deze resoluties van de eerste vier congressen te bestuderen. Maar dit op zichzelf is niet genoeg. Het is eveneens van belang dat in de partij de discussie geopend wordt over de lessen die we moeten trekken uit de voorbije decennia, een periode die gekenmerkt werd door de strijd tussen de stalinistische bureaucratie en de Linkse Oppositie. De inzet en aanleiding tot deze strijd waren onderwerpen die belangrijke stadia afbakenden in de revolutionaire wereldbeweging; de economische en politieke taken van de USSR, de problemen van de Chinese Revolutie; de politiek van het Anglo-Russische Comité; de methodes van het eenheidsfront; de partijdemocratie; de oorzaken van de Duitse catastrofe. Dit enorme scala van problemen mag men niet links laten liggen. Het zijn geen Russische, maar internationale problemen.

In ons tijdperk kan een revolutionaire partij slechts internationaal van aard zijn. Welke houding neemt de ILP hiertegenover in? Bij het aangaan van het verbond met de KP heeft de ILP nagelaten zichzelf duidelijk op een internationalistisch standpunt te stellen. Deze partij brak met de Tweede Internationale en ging een verbond aan met de Derde, maar ze gaat ook een band aan met de linkse socialistische partijen.

Dit verbond is op zijn beurt niet homogeen. Er zijn elementen in aanwezig die naar het bolsjewisme neigen, maar er zijn ook stromingen in aanwezig die naar het Noorse Labour Party-model tenderen, d.w.z., naar het sociaaldemocratische model. Welke positie neemt de ILP in omtrent al deze vragen? Is deze partij bereidt het lot te delen van de historisch gezien reeds gedoemde Komintern, wenst ze een middenpositie in te nemen (dit wil zeggen: via omwegen terugkeren tot het reformisme), of is ze bereid deel te nemen een nieuwe Internationale die gefundeerd zal zijn op de beginselen neergelegd door Marx en Lenin?

De ernstige lezer zal bemerkt hebben dat onze kritiek op de ILP niet vijandig van aard is. Wij zien integendeel terdege in dat wanneer deze partij roemloos van het toneel zou verdwijnen, het socialisme een nieuwe hevige tegenslag te verduren zou krijgen. Dit gevaar bestaat en het is niet eens zo ver weg. In onze tijdsomstandigheden is het onmogelijk om gedurende lange tijd middenposities te blijven innemen. Enkel politieke duidelijkheid kan de ILP redden voor de arbeidersrevolutie. De bedoeling van deze tekst is bijdragen in het brengen van revolutionaire duidelijkheid.