Geschreven: 1933-1936
Bron:
Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 22. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands – De tekst moet oorspronkelijk een brochure geweest zijn, met op de kaft ‘Entrisme’ en het nummer 103, verdere gegevens ontbreken
Deze versie: spelling - de noten in de tekst ontbreken, zodoende is er enkel de opsomming aan het einde van de tekst
Transcriptie/HTML en contact:
Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive


Voetnoten


[1] Terwijl ze de verworvenheden van verenigde fronten met sociaaldemocraten en andere arbeidersorganisaties, die niet door de stalinisten gecontroleerd worden tegenwerken, motiveert de Komintern dit door te zeggen dat ze wel voorstander zijn van verenigde fronten, op voorwaarde dat “het fronten van beneden uit zijn, dat ze tot stand gekomen zijn door onderhandelingen met de basis van de niet-stalinistische organisaties en niet door onderhandelingen met de leiders daarvan.

[2] “The League Faced with a Turn”, Internal Bulletin, Communist League of Amerika, nummer 16, september 1934. Op dat ogenblik, in de zomer van ’34, was de Franse sociaaldemocratie in beroering. Een rechtervleugel, de Neos of Neosocialisten, hadden de SFIO op het einde van ’33 verlaten. Linkse groepen in de partij wonnen aan invloed, vooral onder de jeugd. Zelfs de traditionele leiding, gegroepeerd rond Blum, legde ongewoon radicale verklaringen af. In tegenstelling tot de KP stond de SFIO wel toe dat de leden zich in fracties verenigden, die hun zienswijze dan konden openbaar maken aan de partijrangen door het publiceren van bladen en magazines. Op het congres van Toulouse (mei ’34) werden linkse groepen, die vóór de Neos uitgestoten of afgesplitst waren, uitgenodigd terug aan te sluiten. Het ledenaantal van de SFIO bedroeg toen 120.000 man, terwijl de KP geschat werd op een ledenbestand tussen 12.000 en 30.000. De SP-beïnvloede CGT had meer dan een miljoen leden, de KP-beïnvloede vakbond ± 70.000 Trotski was van oordeel dat de Ligaleden belangrijke winsten konden maken indien zij tot de SFIO zouden toetreden om er op een gedisciplineerde manier hun ideeën te verspreiden. Op 2 juli kwamen de KP en SP-leiders bijeen teneinde de mogelijkheden van gezamenlijke actie na te gaan. Tegen het eind van de maand waren ze zover dat ze een pact ondertekenden waarin gepleit werd voor gemeenschappelijke actie tegen het fascisme en de repressie. Dit opende plots de mogelijkheid tot “organische eenheid”, d.w.z. een samensmelten van beide organisaties. Trotski zag in deze omstandigheid een reden te meer om in de SFIO aan entrisme te gaan doen, daar elke tendens buiten het front of de gefusioneerde partij dan geïsoleerder dan ooit zou gestaan hebben. De KP-leiders zouden dan bovendien alles in het werk stellen om de Ligaleden buiten te houden. De leiders van de Liga varen echter verdeeld in hun opinie over het entrisme in de SFIO. Sommigen, zoals Pierre Naville, waren er zeer sterk tegen gekant. Deze factoren geven de verklaring voor de soms scherpe grondtoon waarin de discussieartikels geschreven werden.

[3] Het congres van 1920 (SFIO) werd gehouden in Tours, stemde een meerderheid van de afgevaardigden voor aansluiting bij de Derde Internationale, waardoor zij de geboorte teweegbrachten van de Franse KP. Een minderheid van afgevaardigden, o.l.v. Leon Blum en Paul Faure splitsten af en zetten de SFIO verder.

[4] Jacques Doriot (1898-1945) was een leider van de Franse KP en burgemeester van Saint-Denis, een radicaal industrieel voorstadje. Hij werd de verdediger van het verenigd front tegen het fascisme in het begin van 1934, voordat Moskou dit deed. Toen de KP niet bereid was over zijn ideeën de discussie aan te vatten, maakte hij ze openbaar. Hij trad af als burgemeester, maar werd herkozen. Hij werd in juni uit de KP gestoten omdat hij niet bereid was naar Moskou te gaan om over de zaak te “discussiëren”, maar bij behield nochtans de steun van de grote KP-afdeling van Saint-Denis. Hij stoeide een tijdje met centristische elementen die verbonden waren aan de IAG, maakte vervolgens een zwenking naar rechts en eindigde met in 1935 een fascistische partij op te richten.

[5] Marteau Pivert (1895-1958) was lid van de Bataille Socialiste-tendens in de SFIO en organisator van de Links Revolutionaire groep in 1935. In 1936 trad hij op als handlanger van Blum, maar toen zijn groep in 1937 verplicht werd zich te ontbinden, verliet hij de SFIO en stichtte hij Socialistische Partij van Arbeiders en Boeren (PSOP) in 1938. Na de 2de WO trad hij terug toe tot de SFIO.
Claude Just was een leider van de linkse SFIO-tendens Comité d’Action Socialiste et Revolutionaire en lid van de Nationale Raad van de SFIO (in de dertiger jaren). Na de Tweede Wereldoorlog trad hij toe tot de Franse sectie van de Vierde Internationale.

[6] Pierre Naville (1906-1994) was de stichter van de Franse Liga en lid van het Internationaal Secretariaat van de ICL. Hij verzette zich tegen het voorstel om binnen de SFIO te gaan werken, hoewel hij en zijn groep naderhand toch ook tot deze partij toetraden, nadat de meerderheid van de Liga dit reeds eerder gedaan had. Tijdens de 2de Wereldoorlog verliet hij de beweging van de Vierde Internationale. Hij publiceerde verschillende wetenschappelijke boeken en zijn memoires, onder de titel Trotsky Vivant, verschenen in 1958.

[7] “An advocate takes up a position on the French situetion” De Nieuwe Weg, oktober 1934. De Nieuwe Weg werd gepubliceerd door de Nederlandse RSP. Het artikel was ondertekend met “Crux”. Het is zeer twijfelachtig of de titel van het artikel er door Trotski zelf aan gegeven is. Het werd geschreven minder dan een maand nadat de Liga tot de SFIO toegetreden was, waar ze hun bestaan verder zetten als de bolsjewiek-leninistische groep (GBL). Leden van de Liga-minderheid sijpelden ook stilaan binnen.

[8] J. de Kadt was een leider van de rechtervleugel van de Nederlandse OSP, die vijandig stond t.o.v. Trotski en de ICL. In de zomer van ’34 trad hij af en verdween samen met zijn groep, waardoor de vleugel van de OSP die wel wou samenwerken met de ICL versterkt werd (zie Writings 33-34, waar Trotski kritiek geeft op J. de Kadt).

[9] De Socialistische Jonge Wacht (SJW) was de jongerensectie van de BWP (Belgische Werklieden Partij). In augustus ’34 ondertekenden de SJW, de Belgische jongcommunistische Liga en de Jong-leninistische Liga een eenheidsfrontpact, waarvan één van de clausules hen verplichtte gemeenschappelijke actie te voeren “voor het asielrecht in alle kapitalistische landen voor alle slachtoffers van de internationale kapitalistische reactie en in het bijzonder voor Trotski”. Dit was een harde pil voor de stalinisten, maar in hun gretigheid om de 35.000 man tellende SJW te beïnvloeden, gingen ze ermee akkoord. De SJW had toen een enorm prestige onder de radicale jeugd. Kort nadien zond Moskou orders aan de Jongcommunistische Liga, dat ze zich uit het front moest terugtrekken. Ongeveer 40 % van de afdeling Charleroi stemde tegen terugtrekking.