Geschreven: 1933-1936
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 22. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands – De tekst moet oorspronkelijk een brochure geweest zijn, met op de kaft ‘Entrisme’ en het nummer 103, verdere gegevens ontbreken
Deze versie: spelling - de noten in de tekst ontbreken, zodoende is er enkel de opsomming aan het einde van de tekst
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 22. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands – De tekst moet oorspronkelijk een brochure geweest zijn, met op de kaft ‘Entrisme’ en het nummer 103, verdere gegevens ontbreken
Deze versie: spelling - de noten in de tekst ontbreken, zodoende is er enkel de opsomming aan het einde van de tekst
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Interview door Collins
Zomer 1936
1. C.: Moet de M.G. zich uitspreken voor of tegen het toetreden van de KP tot de LP?
T.: Deze vraag wordt pure schoolvosserij en blijft zonder betekenis wanneer men de kleine omvang, zwakheid en gebrek aan enig duidelijk perspectief van de groep zelf in aanmerking neemt. Wat de houding van de groep ook moge zijn, het blijft essentieel dat men het toetreden van de KP kritisch steunt en dit om twee redenen: 1° wanneer we onze steun weigeren dan komen we in conflict met het verlangen van de massa’s om tot eenheid te komen; 2° de vergissingen en het onvermijdelijke verbond van de KP met de Labour Party-bureaucratie, zullen ons in de gelegenheid stellen hun beste elementen voor ons te winnen. Maar dit kan enkel gebeuren wanneer we zelf in de LP aanwezig zijn. Rond deze zin draait het ganse probleem. Wanneer die genegeerd wordt dan is alle verdere speculatie van metafysische aard en heeft het niets meer gemeen met het marxisme.
2. C.: Wie heeft er volgens u gelijk i.v.m. het probleem van het groepsperspectief — Cooper of Matlow?
T.: Naar mijn mening is Matlow voor de volle honderd percent correct. Gezien de internationale situatie kan het niet anders of de ontwikkeling van Engeland houdt gelijke tred met die van de rest van Europa. Dit zal in de nabije toekomst aanleiding geven tot een stakingsgolf, die de laatste nagel in de doodskist van de ILP zal drijven. De ILP is geen massa maar slechts een propagandaorganisatie en daar hun propaganda centristisch is en niet revolutionair, zal dit stervend lijk volledig ontbinden wanneer de arbeidersklasse in beroering komt. Ik ben van mening dat de rigide, formalistische positie van het Cooperblad, totaal geen enkele band heeft met het marxisme. Het geeft uiting aan een volkomen gebrek aan begrip van wat de klassenstrijd eigenlijk is. De idee om in de ILP te blijven voor een nog langere tijd, om er een paar weifelaars te overtuigen is ronduit belachelijk, wanneer men nagaat dat de KP op hetzelfde moment bezig is zich met grote snelheid te vestigen in de massaorganisaties. We zullen deze weifelaars in de ILP slechts winnen door aan entrisme te doen in de LP en daar effectief werk te verzetten. De weifelaars die in de ILP blijven zullen deze organisatie verlaten wanneer zij nog verder in verval geraakt. In hun poging een nieuwe oriëntering te vinden zullen ze zich onvermijdelijk tot ons in de LP moeten wenden (indien we er juist werken welteverstaan). Het argument dat er nog steeds een aantal elementen te winnen zijn in de ILP is puur formalisme, want voor elkeen die we in de ILP kunnen winnen zijn er honderd in de LP die te overtuigen zijn. Het argument dat we erin kunnen slagen het apparaat van de ILP over te nemen is in het beste geval louter hypothetisch en zelfs indien het ons zou lukken zou het een jarenlange strijd vergen gezien de bureaucratie die er zich in genesteld heeft. We hebben geen eeuwigheid de tijd. We zijn te vrijgevig met onze tijd, die ons nochtans zeer kostbaar is. We zijn niet rijk genoeg om er zo lichtzinnig mee om te springen. De ervaringen in de Belgische en Franse sectie tonen de mogelijkheden aan die zich binnen de massale reformistische partijen bevinden. Wanneer we dat perspectief niet aanvaarden, dan zullen we er in G.B. nooit in slagen een revolutionaire rol van enige betekenis te spelen.
3. C.: We hebben de gelegenheid gemist om ter gelegenheid van het referendumvraagstuk af te splitsen, welk onderwerp moeten we aangrijpen om onze splitsing met de ILP te rechtvaardigen.
T.: het is nodig een politiek onderwerp aan te grijpen, dat begrijpelijk is voor brede lagen van de arbeidersbeweging. Het zou volkomen zinloos zijn om een strijd te beginnen omtrent het bestaan van wettige groepen binnen de ILP. Ik kan van op deze afstand slechts enkele suggesties maken. Het zou een mogelijkheid zijn om het standpunt betreffende de revolutionaire opstand, zoals dat door ons congres aangenomen werd en zoals dat reeds in het Franse blad afgedrukt werd te gebruiken; beter nog ware het een strijd te beginnen over het vraagstuk van de aansluiting van de ILP bij de LP. Dit probleem moet onmiddellijk en met de grootste kracht naar voor gebracht worden.
4. C.: Moet de groep voorwaarden stellen bij de toetreding van de ILP tot de LP?
T.: Voor dit soort ridderlijkheid is er geen plaats in de politiek. De ILP-bureaucratie heeft onze groep buiten de wet gesteld en ons blad verboden. Het zou dus nogal belachelijk overkomen wanneer wij zouden gaan strijden voor privileges t.o.v. de ILP. Het is onze plicht in de LP te geraken, met of zonder de ILP en zo snel mogelijk. Het is voor mij onmogelijk om van op zulke verre afstand het juiste onderwerp en de tijd die de splitsing in beslag mag nemen te bepalen, maar wanneer we in gedachten houden dat de tijd kostbaar is en het onderwerp uitermate dringend, dan zullen we niet zo fel fout kunnen gaan. De suggestie om als tijdslimiet het volgende jaarcongres van de ILP in april te nemen, komt mij onbegrijpelijk voor. De Europese situatie evolueert zo snel, dat de geschiedenis zeker niet zal wachten tot de volgende ILP-conferentie.
5. C.: Moeten we tot de LP toetreden en hoe moeten we er werken?
T.: Gezien de zwakheid van de M.G. kan het nodig blijken om er als individuen tot toe te treden en er twee tot drie maanden door te brengen met het verkennen van de mogelijkheden. Het belangrijkste is: erin geraken. Wanneer dit gebeurd is zullen de gelegenheden zich snel bloot leggen. Het is duidelijk dat, ongeacht de manier van toetreden, we een geheime fractie zullen hebben van bij het begin. Onze acties die daarop volgen zullen afhangen van de vooruitgang die we maken binnen de LP. Het is van belang dat we ons in het begin niet al te zeer blootstellen aan aanvallen van de LP-bureaucratie, waardoor we uitgestoten zouden worden zonder aan sterkte gewonnen te hebben. Onze eerste aanvallen moeten gericht zijn tegen de onstandvastigheid van de centristen en niet tegen de bureaucratie. Maar dit alles zal afhangen van hetgeen we vinden eens we toegetreden zijn. Het is duidelijk dat we de kwestie van de Vierde Internationale niet meteen kunnen te berde brengen. De geschiedenis zal ons van de gelegenheid voorzien om dit onderwerp op te werpen. De kwestie van de Vierde is voor de Britse massa’s van vandaag, geen brandend onderwerp. Wanneer we een revolutionair standpunt innemen t.o.v. de onderwerpen die de massa’s op dit moment bezighouden, dan zullen we onvermijdelijk evolueren naar het moment dat we met de Vierde op de proppen kunnen komen. We moeten ons ten allen prijze in acht nemen tegen zowel sektarisme als opportunisme. We moeten onze vinger constant op de pols van de massa’s houden. We moeten goed begrijpen dat, naargelang de situatie evolueert, het doen van revolutionair werk steeds gevaarlijker wordt. We zullen beter beschermd zijn wanneer we ingeburgerd zijn in de brede lagen van de Labour Party, dan wanneer we nog aanwezig zouden zijn in het rottende kadaver van de ILP; indien er tegen die tijd nog een kadaver van over is. Het is ongetwijfeld correct om nog een paar kameraden achter te laten in de ILP, die er verder aan fractiewerk kunnen doen. Wanneer we tot de LP toetreden kan vlug de nood groeien tot het naar voor schuiven van één of twee van onze beste sprekers, die ons volledig revolutionair standpunt zouden moeten vertolken. Ze zullen zich daarbij vrijwillig dienen bloot te stellen aan uitsluiting. Maar een aantal ‘martelaren’ zijn altijd nuttig voor elke beweging. Deze uitgesloten kameraden zouden vlug nieuwe werkterreinen kunnen ontginnen; bv. in de Leninclub.
6. C.: Denkt u dat de idee van de Leninclub, zoals die uitgewerkt is door de ILP-groep, nuttig zou kunnen zijn in ons toekomstig werk in de LP?
T.: Dat zal afhangen van de concrete situatie die we vinden in de LP, maar van hieruit bekeken lijkt het mij dat het nuttige diensten zou kunnen bewijzen. Maar opdat het van enig nut zou kunnen zijn, moet deze club onder de democratische controle gebracht worden van alle bolsjewiek-leninisten, en niet enkel van de ILP-groep. Iets anders zou op puur sektarisme uitdraaien.
7. C.: Moet het blad, zoals dat door James voorgesteld wordt, het onafhankelijke orgaan worden van de bekende trotskisten in de politieke organisaties zoals de LP, of moet het een orgaan zijn van de Leninclub, zonder enige partijbanden?
T.: Dat valt moeilijk te zeggen, daar het zal afhangen van de objectieve omstandigheden. In elk geval moeten we in de eerste plaats pogingen ondernemen om samen te smelten met de Groves-Dewar-groep, teneinde de Red Flag te kunnen gebruiken. Ik heb uit de uitleg van kameraad Collins begrepen dat eerdere pogingen om deze groep te benaderen op niets zijn uitgelopen. Wanneer daar geen verandering in zou komen wanneer we in de LP aan het werk zijn, dan moeten de aanhangers van de Groves-Dewarg-roep goed begrijpen dat we voor de volle 100 % achter hen staan. De kans is dan groot, wanneer de twee leiders van deze groep hun afwijzende houding zouden handhaven, dat hun aanhang naar ons overloopt. Wanneer zou blijken dat we er niet in geslaagd zijn om de Red Flag te redden als blad van onze tendens, dan moeten we nagaan wat het best is m.b.t. ons werk: een onafhankelijk Leninclub-orgaan of een blad van de groep in de LP. Ik denk niet dat dit een prioritair probleem is, daar de stalinisten toch de band zouden openbaar maken die er dan zou bestaan tussen het Leninclub-blad en onze groep, We kunnen deze strategie van de stalinisten zonder enige twijfel bij voorbaat ontzenuwen. Net zoals de Labourbureaucratie optreedt als politieapparaat van het kapitalisme in de arbeidersbeweging, speelt de KP-bureaucratie de rol van politieorgaan van de Labourbureaucratie. De ontmaskering van de LP en KP-bureaucraten zal ons van een ideale gelegenheid voorzien om de basis van de KP voor onze ideeën te winnen. De vragen omtrent het blad en de Leninclub blijven echter volkomen formalistisch en onwerkelijk zolang we ons buiten de LP, in een geïsoleerde positie bevinden.
8. C.: Wat moet onze houding zijn t.o.v. de Vredesraden?
T.: Het probleem van de Vredesraden vertoont enige gelijkenis met dat van het volksfront. In Frankrijk bv., vertellen we de arbeiders dat het volksfront verkeerd is. Terwijl de arbeiders het steunen zeggen we hen, dat we perfect bereid zijn loyaal samen te werken met de organisaties van de werkende klasse, maar dat we weigeren, onder gelijk welke voorwaarden, om iets te maken te hebben met de bourgeoisdeelnemers aan het volksfront. We gillen niet van “Weg met het volksfront!”, zeker niet op dit ogenblik, daar we niets hebben om het te vervangen. Evenzo kunnen we het ons niet veroorloven onze rug te keren naar de Vredesraden, en zeggen van “weg met de Vredesraden”, daar er op dit moment geen revolutionaire partij bestaat, die een duidelijke leiding zou kunnen geven in het probleem van oorlog en vrede. In deze analogie schuilt er echter ook een fundamenteel verschil. Om te beginnen is er het probleem van de staatsmacht in een revolutionaire situatie. Anderzijds is er het probleem van het gebruiken van de bestaande comités, zolang ze gesteund worden door de massaorganisaties van de werkende klasse. Daarom is het nodig om daar waar mogelijk, vertegenwoordigers te krijgen in deze Vredesraden, en onze aanvallen in het begin te richten tegen zekere bourgeoisdeelnemers ervan (wie dit zullen zijn hangt af van de manier waarop de arbeiders reageren op onze propaganda). Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat de allereerste taak van revolutionairen in gelijk welke massaorganisatie erin bestaat, om te eisen dat ze democratisch gecontroleerd wordt door de arbeiders. De agitatie die daar rond zal gevoerd worden, zal ons een gelegenheid geven om de KP-bureaucraten aan te vallen, die op eigen houtje uitnodigingen sturen tot deelname aan de raden, naar zogenaamde progressieve bourgeoisfiguren. Door de leidende bourgeoispacifisten en vervolgens de deelname van alle burgerlijke elementen een te vallen, zullen we onvermijdelijk tegen de kar rijden van de LP en KP-bureaucraten, die een klassencollaboratiepolitiek voeren. We kunnen vervolgens tegen de arbeiders zeggen: “We hebben onze verschilpunten met de kameraden Morrison, Pollitt en Lensbury, maar we zijn bereid loyaal met hen samen te werken. Zij bedreigen ons echter met uitsluiting, omdat we weigeren samen te werken met openlijke klassenvijanden”. Dit zal tot gevolg hebben dat de LP en KP-bureaucraten de volle verantwoordelijkheid zullen te dragen hebben voor de openlijke klassensamenwerking, t.o.v. de arbeiders. Wanneer op deze omstandigheid correct ingespeeld wordt, zullen niet enkel de bureaucraten gediscrediteerd worden, maar ook de idee van de Vredesraden. Maar eerst en vooral is het nodig erin te geraken.
9. C.: Hoe moeten we reageren t.o.v. de belangrijke koloniale probleemstelling, die we tot nu toe volledig genegeerd hebben?
T.: Een grondige studie van de eerste vier congressen van de Komintern is essentieel. Vervolgens kunnen de algemene standpunten van de Vierde Internationale als algemene richtlijn gelden, maar de concrete toepassing ervan zal afhangen van de specifieke situatie.
10. C.: Is het in dit stadium ook maar enigszins mogelijk om zich een onafhankelijk bestaan buiten de massaorganisaties in te denken?
T.: Het feit dat Lenin er niet voor terugdeinsde om in 1905 van Plechanov af te splitsen en verkoos een kleine geïsoleerde groep te blijven, werpt totaal geen gewicht in de schaal. Dezelfde Lenin bleef tot 1912 in de sociaaldemocratie en drong er in 1920 op aan dat de Britse KP zou aansluiten bij de LP. Voor een revolutionaire partij is het onder alle omstandigheden nodig dat ze onafhankelijk blijft, maar een revolutionaire groep van een paar honderd kameraden is nog geen revolutionaire partij en zij kan op het huidige ogenblik het meest efficiënt werken als oppositiegroep tegen de sociaalpatriotten in de massapartijen. Wanneer men de acute internationale situatie in acht neemt, is het absoluut noodzakelijk om in de massaorganisatie te blijven, daar er de mogelijkheid aanwezig is om er aan revolutionair werk te doen. Elke andere opvatting zou gelijk zijn aan een steriel, sektaire en formalistische opvatting van het marxisme.
1. C.: Moet de M.G. zich uitspreken voor of tegen het toetreden van de KP tot de LP?
T.: Deze vraag wordt pure schoolvosserij en blijft zonder betekenis wanneer men de kleine omvang, zwakheid en gebrek aan enig duidelijk perspectief van de groep zelf in aanmerking neemt. Wat de houding van de groep ook moge zijn, het blijft essentieel dat men het toetreden van de KP kritisch steunt en dit om twee redenen: 1° wanneer we onze steun weigeren dan komen we in conflict met het verlangen van de massa’s om tot eenheid te komen; 2° de vergissingen en het onvermijdelijke verbond van de KP met de Labour Party-bureaucratie, zullen ons in de gelegenheid stellen hun beste elementen voor ons te winnen. Maar dit kan enkel gebeuren wanneer we zelf in de LP aanwezig zijn. Rond deze zin draait het ganse probleem. Wanneer die genegeerd wordt dan is alle verdere speculatie van metafysische aard en heeft het niets meer gemeen met het marxisme.
2. C.: Wie heeft er volgens u gelijk i.v.m. het probleem van het groepsperspectief — Cooper of Matlow?
T.: Naar mijn mening is Matlow voor de volle honderd percent correct. Gezien de internationale situatie kan het niet anders of de ontwikkeling van Engeland houdt gelijke tred met die van de rest van Europa. Dit zal in de nabije toekomst aanleiding geven tot een stakingsgolf, die de laatste nagel in de doodskist van de ILP zal drijven. De ILP is geen massa maar slechts een propagandaorganisatie en daar hun propaganda centristisch is en niet revolutionair, zal dit stervend lijk volledig ontbinden wanneer de arbeidersklasse in beroering komt. Ik ben van mening dat de rigide, formalistische positie van het Cooperblad, totaal geen enkele band heeft met het marxisme. Het geeft uiting aan een volkomen gebrek aan begrip van wat de klassenstrijd eigenlijk is. De idee om in de ILP te blijven voor een nog langere tijd, om er een paar weifelaars te overtuigen is ronduit belachelijk, wanneer men nagaat dat de KP op hetzelfde moment bezig is zich met grote snelheid te vestigen in de massaorganisaties. We zullen deze weifelaars in de ILP slechts winnen door aan entrisme te doen in de LP en daar effectief werk te verzetten. De weifelaars die in de ILP blijven zullen deze organisatie verlaten wanneer zij nog verder in verval geraakt. In hun poging een nieuwe oriëntering te vinden zullen ze zich onvermijdelijk tot ons in de LP moeten wenden (indien we er juist werken welteverstaan). Het argument dat er nog steeds een aantal elementen te winnen zijn in de ILP is puur formalisme, want voor elkeen die we in de ILP kunnen winnen zijn er honderd in de LP die te overtuigen zijn. Het argument dat we erin kunnen slagen het apparaat van de ILP over te nemen is in het beste geval louter hypothetisch en zelfs indien het ons zou lukken zou het een jarenlange strijd vergen gezien de bureaucratie die er zich in genesteld heeft. We hebben geen eeuwigheid de tijd. We zijn te vrijgevig met onze tijd, die ons nochtans zeer kostbaar is. We zijn niet rijk genoeg om er zo lichtzinnig mee om te springen. De ervaringen in de Belgische en Franse sectie tonen de mogelijkheden aan die zich binnen de massale reformistische partijen bevinden. Wanneer we dat perspectief niet aanvaarden, dan zullen we er in G.B. nooit in slagen een revolutionaire rol van enige betekenis te spelen.
3. C.: We hebben de gelegenheid gemist om ter gelegenheid van het referendumvraagstuk af te splitsen, welk onderwerp moeten we aangrijpen om onze splitsing met de ILP te rechtvaardigen.
T.: het is nodig een politiek onderwerp aan te grijpen, dat begrijpelijk is voor brede lagen van de arbeidersbeweging. Het zou volkomen zinloos zijn om een strijd te beginnen omtrent het bestaan van wettige groepen binnen de ILP. Ik kan van op deze afstand slechts enkele suggesties maken. Het zou een mogelijkheid zijn om het standpunt betreffende de revolutionaire opstand, zoals dat door ons congres aangenomen werd en zoals dat reeds in het Franse blad afgedrukt werd te gebruiken; beter nog ware het een strijd te beginnen over het vraagstuk van de aansluiting van de ILP bij de LP. Dit probleem moet onmiddellijk en met de grootste kracht naar voor gebracht worden.
4. C.: Moet de groep voorwaarden stellen bij de toetreding van de ILP tot de LP?
T.: Voor dit soort ridderlijkheid is er geen plaats in de politiek. De ILP-bureaucratie heeft onze groep buiten de wet gesteld en ons blad verboden. Het zou dus nogal belachelijk overkomen wanneer wij zouden gaan strijden voor privileges t.o.v. de ILP. Het is onze plicht in de LP te geraken, met of zonder de ILP en zo snel mogelijk. Het is voor mij onmogelijk om van op zulke verre afstand het juiste onderwerp en de tijd die de splitsing in beslag mag nemen te bepalen, maar wanneer we in gedachten houden dat de tijd kostbaar is en het onderwerp uitermate dringend, dan zullen we niet zo fel fout kunnen gaan. De suggestie om als tijdslimiet het volgende jaarcongres van de ILP in april te nemen, komt mij onbegrijpelijk voor. De Europese situatie evolueert zo snel, dat de geschiedenis zeker niet zal wachten tot de volgende ILP-conferentie.
5. C.: Moeten we tot de LP toetreden en hoe moeten we er werken?
T.: Gezien de zwakheid van de M.G. kan het nodig blijken om er als individuen tot toe te treden en er twee tot drie maanden door te brengen met het verkennen van de mogelijkheden. Het belangrijkste is: erin geraken. Wanneer dit gebeurd is zullen de gelegenheden zich snel bloot leggen. Het is duidelijk dat, ongeacht de manier van toetreden, we een geheime fractie zullen hebben van bij het begin. Onze acties die daarop volgen zullen afhangen van de vooruitgang die we maken binnen de LP. Het is van belang dat we ons in het begin niet al te zeer blootstellen aan aanvallen van de LP-bureaucratie, waardoor we uitgestoten zouden worden zonder aan sterkte gewonnen te hebben. Onze eerste aanvallen moeten gericht zijn tegen de onstandvastigheid van de centristen en niet tegen de bureaucratie. Maar dit alles zal afhangen van hetgeen we vinden eens we toegetreden zijn. Het is duidelijk dat we de kwestie van de Vierde Internationale niet meteen kunnen te berde brengen. De geschiedenis zal ons van de gelegenheid voorzien om dit onderwerp op te werpen. De kwestie van de Vierde is voor de Britse massa’s van vandaag, geen brandend onderwerp. Wanneer we een revolutionair standpunt innemen t.o.v. de onderwerpen die de massa’s op dit moment bezighouden, dan zullen we onvermijdelijk evolueren naar het moment dat we met de Vierde op de proppen kunnen komen. We moeten ons ten allen prijze in acht nemen tegen zowel sektarisme als opportunisme. We moeten onze vinger constant op de pols van de massa’s houden. We moeten goed begrijpen dat, naargelang de situatie evolueert, het doen van revolutionair werk steeds gevaarlijker wordt. We zullen beter beschermd zijn wanneer we ingeburgerd zijn in de brede lagen van de Labour Party, dan wanneer we nog aanwezig zouden zijn in het rottende kadaver van de ILP; indien er tegen die tijd nog een kadaver van over is. Het is ongetwijfeld correct om nog een paar kameraden achter te laten in de ILP, die er verder aan fractiewerk kunnen doen. Wanneer we tot de LP toetreden kan vlug de nood groeien tot het naar voor schuiven van één of twee van onze beste sprekers, die ons volledig revolutionair standpunt zouden moeten vertolken. Ze zullen zich daarbij vrijwillig dienen bloot te stellen aan uitsluiting. Maar een aantal ‘martelaren’ zijn altijd nuttig voor elke beweging. Deze uitgesloten kameraden zouden vlug nieuwe werkterreinen kunnen ontginnen; bv. in de Leninclub.
6. C.: Denkt u dat de idee van de Leninclub, zoals die uitgewerkt is door de ILP-groep, nuttig zou kunnen zijn in ons toekomstig werk in de LP?
T.: Dat zal afhangen van de concrete situatie die we vinden in de LP, maar van hieruit bekeken lijkt het mij dat het nuttige diensten zou kunnen bewijzen. Maar opdat het van enig nut zou kunnen zijn, moet deze club onder de democratische controle gebracht worden van alle bolsjewiek-leninisten, en niet enkel van de ILP-groep. Iets anders zou op puur sektarisme uitdraaien.
7. C.: Moet het blad, zoals dat door James voorgesteld wordt, het onafhankelijke orgaan worden van de bekende trotskisten in de politieke organisaties zoals de LP, of moet het een orgaan zijn van de Leninclub, zonder enige partijbanden?
T.: Dat valt moeilijk te zeggen, daar het zal afhangen van de objectieve omstandigheden. In elk geval moeten we in de eerste plaats pogingen ondernemen om samen te smelten met de Groves-Dewar-groep, teneinde de Red Flag te kunnen gebruiken. Ik heb uit de uitleg van kameraad Collins begrepen dat eerdere pogingen om deze groep te benaderen op niets zijn uitgelopen. Wanneer daar geen verandering in zou komen wanneer we in de LP aan het werk zijn, dan moeten de aanhangers van de Groves-Dewarg-roep goed begrijpen dat we voor de volle 100 % achter hen staan. De kans is dan groot, wanneer de twee leiders van deze groep hun afwijzende houding zouden handhaven, dat hun aanhang naar ons overloopt. Wanneer zou blijken dat we er niet in geslaagd zijn om de Red Flag te redden als blad van onze tendens, dan moeten we nagaan wat het best is m.b.t. ons werk: een onafhankelijk Leninclub-orgaan of een blad van de groep in de LP. Ik denk niet dat dit een prioritair probleem is, daar de stalinisten toch de band zouden openbaar maken die er dan zou bestaan tussen het Leninclub-blad en onze groep, We kunnen deze strategie van de stalinisten zonder enige twijfel bij voorbaat ontzenuwen. Net zoals de Labourbureaucratie optreedt als politieapparaat van het kapitalisme in de arbeidersbeweging, speelt de KP-bureaucratie de rol van politieorgaan van de Labourbureaucratie. De ontmaskering van de LP en KP-bureaucraten zal ons van een ideale gelegenheid voorzien om de basis van de KP voor onze ideeën te winnen. De vragen omtrent het blad en de Leninclub blijven echter volkomen formalistisch en onwerkelijk zolang we ons buiten de LP, in een geïsoleerde positie bevinden.
8. C.: Wat moet onze houding zijn t.o.v. de Vredesraden?
T.: Het probleem van de Vredesraden vertoont enige gelijkenis met dat van het volksfront. In Frankrijk bv., vertellen we de arbeiders dat het volksfront verkeerd is. Terwijl de arbeiders het steunen zeggen we hen, dat we perfect bereid zijn loyaal samen te werken met de organisaties van de werkende klasse, maar dat we weigeren, onder gelijk welke voorwaarden, om iets te maken te hebben met de bourgeoisdeelnemers aan het volksfront. We gillen niet van “Weg met het volksfront!”, zeker niet op dit ogenblik, daar we niets hebben om het te vervangen. Evenzo kunnen we het ons niet veroorloven onze rug te keren naar de Vredesraden, en zeggen van “weg met de Vredesraden”, daar er op dit moment geen revolutionaire partij bestaat, die een duidelijke leiding zou kunnen geven in het probleem van oorlog en vrede. In deze analogie schuilt er echter ook een fundamenteel verschil. Om te beginnen is er het probleem van de staatsmacht in een revolutionaire situatie. Anderzijds is er het probleem van het gebruiken van de bestaande comités, zolang ze gesteund worden door de massaorganisaties van de werkende klasse. Daarom is het nodig om daar waar mogelijk, vertegenwoordigers te krijgen in deze Vredesraden, en onze aanvallen in het begin te richten tegen zekere bourgeoisdeelnemers ervan (wie dit zullen zijn hangt af van de manier waarop de arbeiders reageren op onze propaganda). Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat de allereerste taak van revolutionairen in gelijk welke massaorganisatie erin bestaat, om te eisen dat ze democratisch gecontroleerd wordt door de arbeiders. De agitatie die daar rond zal gevoerd worden, zal ons een gelegenheid geven om de KP-bureaucraten aan te vallen, die op eigen houtje uitnodigingen sturen tot deelname aan de raden, naar zogenaamde progressieve bourgeoisfiguren. Door de leidende bourgeoispacifisten en vervolgens de deelname van alle burgerlijke elementen een te vallen, zullen we onvermijdelijk tegen de kar rijden van de LP en KP-bureaucraten, die een klassencollaboratiepolitiek voeren. We kunnen vervolgens tegen de arbeiders zeggen: “We hebben onze verschilpunten met de kameraden Morrison, Pollitt en Lensbury, maar we zijn bereid loyaal met hen samen te werken. Zij bedreigen ons echter met uitsluiting, omdat we weigeren samen te werken met openlijke klassenvijanden”. Dit zal tot gevolg hebben dat de LP en KP-bureaucraten de volle verantwoordelijkheid zullen te dragen hebben voor de openlijke klassensamenwerking, t.o.v. de arbeiders. Wanneer op deze omstandigheid correct ingespeeld wordt, zullen niet enkel de bureaucraten gediscrediteerd worden, maar ook de idee van de Vredesraden. Maar eerst en vooral is het nodig erin te geraken.
9. C.: Hoe moeten we reageren t.o.v. de belangrijke koloniale probleemstelling, die we tot nu toe volledig genegeerd hebben?
T.: Een grondige studie van de eerste vier congressen van de Komintern is essentieel. Vervolgens kunnen de algemene standpunten van de Vierde Internationale als algemene richtlijn gelden, maar de concrete toepassing ervan zal afhangen van de specifieke situatie.
10. C.: Is het in dit stadium ook maar enigszins mogelijk om zich een onafhankelijk bestaan buiten de massaorganisaties in te denken?
T.: Het feit dat Lenin er niet voor terugdeinsde om in 1905 van Plechanov af te splitsen en verkoos een kleine geïsoleerde groep te blijven, werpt totaal geen gewicht in de schaal. Dezelfde Lenin bleef tot 1912 in de sociaaldemocratie en drong er in 1920 op aan dat de Britse KP zou aansluiten bij de LP. Voor een revolutionaire partij is het onder alle omstandigheden nodig dat ze onafhankelijk blijft, maar een revolutionaire groep van een paar honderd kameraden is nog geen revolutionaire partij en zij kan op het huidige ogenblik het meest efficiënt werken als oppositiegroep tegen de sociaalpatriotten in de massapartijen. Wanneer men de acute internationale situatie in acht neemt, is het absoluut noodzakelijk om in de massaorganisatie te blijven, daar er de mogelijkheid aanwezig is om er aan revolutionair werk te doen. Elke andere opvatting zou gelijk zijn aan een steriel, sektaire en formalistische opvatting van het marxisme.