Geschreven: 1933-1936
Bron:
Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 22. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands – De tekst moet oorspronkelijk een brochure geweest zijn, met op de kaft ‘Entrisme’ en het nummer 103, verdere gegevens ontbreken
Deze versie: spelling - de noten in de tekst ontbreken, zodoende is er enkel de opsomming aan het einde van de tekst
Transcriptie/HTML en contact:
Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive


De Liga staat voor een beslissende zwenking
(juli 1934)

Gedurende vele jaren was de meest actieve strijdslogan van de Liga: “Het Eenheidsfront”. Zonder enige twijfel was deze slogan, ondanks zijn ‘abstract’ karakter, de sleutel tot de situatie in Duitsland, en was hij het eveneens voor wat Frankrijk betreft. De nederlaag van het Duitse proletariaat, de Oostenrijkse ramp, de groei van het fascisme in Frankrijk en in andere landen waren nodig, vooraleer de Kominternbureaucratie ertoe kwam een radicaal ander standpunt te gaan innemen t.n.v. het eenheidsfrontvraagstuk. Uit voorbeelden van vroegere radicale zwenkingen hebben we geleerd dat zonder een kritisch onderzoeken van de vroegere positie en zonder een theoretische fundering van het nieuwe standpunt, een op het eerste zicht progressieve zwenking niet noodzakelijk een correcte politieke ingesteldheid inhoudt. Integendeel zelfs; een ongefundeerde zwenking is een broeihaard van nieuwe verwarring en vergissingen. Er zijn nu reeds voor zichzelf sprekende tekenen van deze nieuwe gevaren merkbaar: de ultimatisten zijn opportunisten geworden.

Om deze reden moet onze ganse strijd op een nieuw en hoger niveau getild worden.

De sociaaldemocratie is de weg naar het eenheidsfront ingeslagen met de bedoeling haar revolutionaire kern te vergruizen. Op gebied van het eenheidfront moet de strijd tegen de reformistische bureaucratie naar de vorm minder luidruchtig, maar naar de inhoud systematischer en geconcentreerder dan ooit gevoerd worden.

Beide bureaucratieën hebben zich verenigd rond hun gemeenschappelijk belang de groeiende oppositie te smoren, die de taken die de arbeidersbeweging in dit stadium te vervullen heeft tracht uit te drukken. Anderzijds bestrijden beide bureaucratieën elkaar in een competitiegeest, die scherper is dan ooit tevoren. Beider politiek wordt gekenmerkt door de samenzwering tegen alles wat hun hegemonie bedreigt en de vrees dat ze zelf het slachtoffer worden van de bondgenoot. Het resultaat van dit alles is, dat ze bereid zijn het eenheidsfront bij de eerste gelegenheid te verbreken.

Tot voor kort spraken de lessen die getrokken werden uit de historische feiten, de marxistische analyse en de kritieken van de bolsjewiek-leninisten zich uit voor de politiek van het eenheidsfront. Nu heeft zich daarbij een machtige factor aangesloten: de druk van de massa’s. Dit is nu juist de beslissende factor. Hij vindt zijn directe uitdrukkingsvorm in de militante demonstraties in de straten en indirect, door de politieke zwenking die beide partijapparaten genomen hebben. Dit is een fantastische stap voorwaarts. Maar juist om die reden, omdat het zo’n enorme vooruitgang betekent, wordt de politieke situatie er van top tot teen door gewijzigd.

Gisteren nog was de slogan van het eenheidsfront het monopolie van de bolsjewiek-leninisten. Vandaag hebben we dit monopolie verspeeld. De slogan is gemeen goed geworden. Hij is de uitdrukking geworden van de diepe, gepassioneerde, maar politiek zeer benevelde wil en het verlangen van de massa’s, om de voorwaarts marcherende reactie te weerstaan met alle verzamelde krachten van alle onderdrukten. De aanwezigheid van dit verlangen betekent dat de belangrijkste voorwaarde om, zoniet tot een revolutionaire, dan toch tot een prerevolutionaire toestand te komen, vervuld is. Maar ongelukkig genoeg zien de bestaande organisaties onvoldoende duidelijk in welke echte verandering er opgetreden is in de gemoedsgesteldheid van de massa’s. Het is nodig oor te hebben voor wat de gemiddelde arbeider in de fabriek, op straat, in het café en in zijn familie zegt en denkt. Het is nodig te weten hoe hij de situatie ziet, welke hoop hij koestert en welke verwachtingen hij heeft. Het aandachtig luisteren naar de arbeiders is de eerste plicht van een revolutionaire organisatie en dit geldt des te meer in een kritische periode, zoals wij die nu meemaken, waarin het bewustzijn van de massa’s letterlijk van dag tot dag evolueert. Op dit ogenblik kan de diepte en de draagwijdte van de verandering die er gekomen is in het bewustzijn van de massa’s, het best gemeten worden aan de sympathieke houding die ze aannemen t.o.v. de evoluties die zich in beide partijen afspelen (de kristallisatie van een linkervleugel in de sociaaldemocratie, de afsplitsing van Saint-Denis, de zwenking van de bureaucratieën naar het eenheidsfront). De aard van hun sympathie is echter van een politiek tamelijk minder bewust gehalte en de uitdrukkingsvormen die eraan gegeven worden, zijn over het algemeen onbeholpen. Toch kunnen er de volgende besluiten uit getrokken worden: 1° de arbeiders zien niet enkel het gevaar in dat hen bedreigt, maar eveneens de mogelijkheid om er weerstand tegen te bieden; 2° ze zien alle heil in het eenheidsfront; 3° met een correcte politiek die het vertrouwen van de arbeiders in hun eigen kracht zou kunnen opwekken, zou de actieve verdediging snel kunnen overgaan in een algemene aanval.

De taak van de bolsjewiek-leninisten bestaat er op dit moment niet in abstracte formules omtrent het eenheidsfront (arbeidersverbonden e.d.) te herhalen, maar wel moeten zij concrete slogans voorop stellen en de concrete perspectieven en activiteiten uittekenen, binnen welke de strijd in het kader van het eenheidsfront gevoerd kan worden. Het is de taak van de verdediging om sovjets op te zetten en te ijveren voor hun snelle omvorming tot organen in de strijd om de macht. In de huidige situatie worden de taken die de Liga te vervullen heeft niet minder in omvang, maar ze verschuiven integendeel naar een hoger vlak en nemen een totaal ander karakter aan. Wie niet gelijke tred weet te houden met wat reeds bereikt is, zal het spel onvermijdelijk verliezen.

De houding die de Liga inneemt t.o.v. het eenheidsfront (dat niet langer een abstracte slogan is maar een levende realiteit in de klassenstrijd), zal van doorslaggevend belang zijn voor haar voortbestaan. De nieuw tot stand gekomen toestand wordt het best weerspiegeld in het geval Saint-Denis. Gisteren nog was Doriot de leidende figuur in de strijd voor het eenheidsfront, dat hij, op zijn manier, tot stand bracht in Saint-Denis. Morgen, indien er een overeenkomst tot stand komt tussen beide partijbureaucratieën, zullen de massa’s Doriot gaan beschouwen als een hinderpaal, een splitter, een saboteur van het front. De stalinistische bureaucratie zal Saint-Denis dwingen terug te keren naar de rangen van de oude partij (met of zonder Doriot?), ofwel zal ze Saint-Denis vergruizen.

De politiek van de Liga blijft natuurlijk niet beperkt tot de abstracte idee van het eenheidsfront. Om die reden kan, historisch gezien, de verdere ontwikkeling van de bolsjewiek-leninisten niet gestopt worden, door de loutere overeenkomst tussen beide partijapparaten. Wanneer de Liga nu echter in passiviteit zou vervallen, en er niet in zou slagen zich snel en moedig aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen, dan is de kans groot dat ze voor langere tijd teruggeslagen wordt.

Men zou kunnen opwerpen: het eenheidsfront houdt in dat alle arbeidersgroeperingen en organisaties eraan deelnemen, dus ook Saint-Denis en de Liga. Deze tegenwerping is slechts van formeel belang. Beslissend is de krachtsrelatie die er bestaat. Indien de Liga er voorheen in geslaagd was zich dieper te wortelen in de massa’s, indien Saint-Denis tot de Liga was toegetreden, indien en nog eens indien..., dan zou er een derde macht aanwezig geweest zijn, naast de bureaucratieën en dan zoude deelname ervan aan het eenheidsfront door de situatie zelf een noodzakelijkheid geworden zijn. Binnen het eenheidsfront zelf zou deze derde macht van beslissende aard geweest zijn. Maar de zaken staan er nu anders voor. De Liga is organisatorisch zwak; Saint-Denis en andere groepen staan politiek uitermate wankel. Om deze reden worden zij allen, de Liga inbegrepen, bedreigd met het gevaar buiten het front te moeten blijven, ondanks het feit dat het de grote verdienste van de Liga is dat zij de beweging tot de vorming van dit front aan de gang gebracht heeft.

Wanneer de Liga aan de zijkant van het front blijft werken en zich concentreert op een kritiek van buiten uit, dan loopt ze het gevaar de woede van de arbeiders op te wekken, i.p.v. hun aandacht te trekken. Laat ons nog eens recapituleren: de massa’s zien nu in de eenheid van hun rangen het enige reddingsmiddel. Iedereen die buiten het front blijft, buiten de verenigde rangen, en die van daaruit kritiek begint te spuien, wordt door de massa’s als een hindernis gebrandmerkt. Wanneer men deze in de grond gezonde houding van de massa’s niet in acht neemt, en er tegenin gaat werken, dan pleegt men politieke zelfmoord. Met de opgang van een beweging, bestaat de taak van de marxisten erin, gedragen door deze golf, de noodzaak van duidelijkheid in denken en handelen naar voor te brengen.

De Liga moet een organische plaats innemen in de rangen van het front. Ze is te zwak om een onafhankelijke plaats te bedingen. Concreet betekent dit dat ze zo spoedig mogelijk een plaats moet innemen in één van de twee partijen die het front aangingen. Wat ons betreft, bestaan er weinig of geen principiële verschillen tussen deze beide partijen. Praktisch gezien echter, is het slechts mogelijk binnen de sociaaldemocratische partij te gaan werken.

Wat is er? Plots horen we een gehuil van tegenwerpingen! De Liga zou moeten gaan werken in de partij van Leon Blum? Ze zou moeten capituleren voor de reformisten? Wij zijn toch voor een nieuwe partij? Wij zijn toch voor de vorming van de Vierde Internationale? Hoe kunnen we dan toetreden tot de Tweede? Wat zullen de stalinisten wel zeggen? Wat zullen de arbeiders er wel van denken? Enzovoort, enzovoort. Al deze argumenten lijken stevig, maar in de werkelijkheid zijn ze slechts oppervlakkig van aard, daar ze een loopje nemen met de bestaande realiteiten. Ze baseren zich op wat wenselijk zou zijn en niet op wat er op dit moment bestaat.

Natuurlijk zijn we tegen het reformisme en in de huidige omstandigheden nog onvermoeibaarder dan ooit. Naar we moeten leren inzien hoe we tot het uiteindelijke doel kunnen komen, de concrete situatie in acht nemende. Wanneer we onze principes overboord zouden zetten, of de strijd ‘voorlopig’ zouden uitstellen, dan zouden we ons bezondigen aan open verraad. Maar het is een elementaire eis die de realiteit ons opdringt, om onze strijdmethode in overeenstemming te brengen met de bestaande situatie en de omvang van onze eigen krachten. Het bolsjewisme, dat zijn verpersoonlijking vond in de leninistische leiding, pleegde géén verraad t.o.v. de eigen principes. Nochtans waren de bolsjewieken in 1905-06 gedwongen om, onder druk van de massa’s, die hartstochtelijk verlangden naar eenheid, samen te smelten met de mensjewieken. Deze coalitie leidde vervolgens tot een nieuwe splitsing. Maar in 1910 werd Lenin zelf, onder druk van zijn eigen rangen, gedwongen een poging te ondernemen om tot eenheid te komen, hetgeen in twee jaar tijd tot de definitieve splitsing aanleiding gaf. Onverzoenlijkheid in de principes heeft niets gemeen met de sektaire halsstarrigheid, die volkomen blind blijft voor de veranderingen die er optreden in de situatie en de gemoedstoestand van de massa’s. Vertrekkend uit de stelling dat de arbeiderspartij ten alle prijze haar onafhankelijkheid moet bewaren, besloten onze Engelse kameraden dat het ontoelaatbaar was om tot de ILP toe te treden. Helaas! Ze hadden enkel vergeten dat ze geen partij waren, maar hooguit een propagandakring, dat een partij niet uit de lucht komt vallen en dat een propagandakring eerst het stadium van embryonale ontwikkeling moet doormaken, voordat hij kan opgroeien tot partij. Onze Engelse kameraden (de meerderheid van hen) hebben zwaar moeten betalen voor hun vergissing in perspectieven en wij mét hen. Laat ons het volgende onder ogen nemen: destijds verweten we Walcher en Co. niet dat ze tot de SAP toegetreden waren; wél dat ze dit deden samen met het opgeven van hun marxistisch vaandel. Wij zullen deze fout niet begaan!

Het spreekt vanzelf dat de Liga niet tot de Socialistische Partij zal toetreden op een andere manier dan als bolsjewiek-leninistische fractie. La Vérité zal behouden blijven, maar zal omgevormd worden tot een fractieblad, met dezelfde rechten als bv. Action Socialiste. Terwijl ze openlijk de vraag tot toetreding stelt, zal de Liga zegqen: “Onze gezichtspunten zijn uitgekomen. Het eenheidsfront wint aan vaart onder de druk van de massa’s. We willen er actief aan deelnemen. De enige mogelijkheid die onze organisatie heeft om onder de gegeven omstandigheden deel te nemen aan het massale eenheidsfront is door toe te treden tot de Socialistische Partij. Nu meer dan ooit, beschouwen we het een noodzaak te strijden voor de principes van het bolsjewisme, voor de vorming van een revolutionaire partij van de arbeidersvoorhoede en voor de Vierde Internationale. We hopen dat we de meerderheid van de socialistische, zowel als van de communistische arbeiders hiervan kunnen overtuigen. We verbinden ons ertoe deze taak uit te voeren binnen het raam van de Socialistische Partij, ons te onderwerpen aan de partijdiscipline en de eenheid in de actie te bewaren”.

Het spreekt vanzelf dat de stalinisten zullen opvliegen (of trachten op te vliegen) en een woedend gehuil zullen aanheffen. Maar om te beginnen hebben zijzelf een radicale zwenking gemaakt door een front aan te gaan met de voormalige ‘sociaalfascisten’. Vervolgens zullen ze in de campagne tegen ons, de woede opwekken van de socialistische arbeiders. Ten derde, en in de grond is dat de enige belangrijke overweging, het gaat er niet om wat de stalinisten er wel van zeggen, maar om de vraag op welke manier de Liga erin kan slagen een ernstige kracht te worden in de arbeidersbeweging. Wanneer de Liga erin slaagt, t.g.v. zijn entrisme in de SP en in de loop van de komende zes maanden tot een jaar (alle processen verlopen zeer snel in deze periode) om verscheidene duizenden arbeiders voor haar vaandel te winnen, dan zal niemand zich de campagne van de stalinisten nog herinneren.

Verschillende kameraden, waaronder mezelf, hebben de Liga en La Vérité beschuldigd van onvoldoende ijver in de strijd tegen de sociaaldemocratische leiding. Op het eerste zicht lijkt er een contradictie te bestaan tussen deze kritiek, die ik ook vandaag nog in zijn volle omvang gestand doe, en het voorstel in de sociaaldemocratie te gaan werken. In de werkelijkheid is dit niet zo. Door als een onafhankelijke organisatie te bestaan, zonder zichzelf duidelijk te onderscheiden van de sociaaldemocraten, betekent dat men het risico loopt een aanhangsel te worden van de sociaaldemocratie. Door openlijk toe te treden (in de gegeven omstandigheden welteverstaan), tot de sociaaldemocratische partij, teneinde er een onverbiddelijke strijd aan te vatten tegen de reformistische leiding, betekent dat men een revolutionaire daad stelt. Het kritische onderzoek van de politiek die door Blum en Co. gevoerd wordt moet in beide gevallen dezelfde blijven.

Men kan nochtans volgende tegenwerping maken: waarom beginnen met de SP? Zou het niet juister zijn zich eerst tot de KP te wenden? Deze kwestie kan niet het onderwerp worden van ernstige meningsverschillen. Het is duidelijk dat een oproep tot de stalinisten niet verder zou kunnen gaan dan een symbolische daad. Is het nodig die te stellen? Het zou nuttig kunnen zijn m.b.t. bepaalde secties van de communistische arbeiders. De verklaring van de Liga zou dan volgende inhoud moeten hebben: “Wij hebben gestreden tegen de theorie van het sociaalfascisme, voor het eenheidsfront, en dergelijke. De recente stappen van uw partij wijzen in dezelfde richting. Om die reden zijn we bereid een loyale poging te ondernemen in de partij te werken, onder voorwaarde dat het mogelijk is voor onze ideeën te strijden op basis van de partijdemocratie”. Na de onvermijdelijke weigering die op deze oproep zou volgen, zou de Liga zich dan tot de SP moeten wenden. Wanneer de leiding van de SP de Liga zou afwijzen (hetgeen goed mogelijk is), dan zou er een wijd gebied openliggen voor de strijd tegen de leiding via de lagere organen van de partij. De Liga zou in dat geval zeker kunnen rekenen op de sympathie van de socialistische arbeiders.

De Liga wordt nu geplaatst voor de meest beslissende wending die ze in haar bestaan gekend heeft. Het slagen van de Liga zal afhangen van de frankheid, snelheid en eensgezindheid waarmee ze zal optreden. Tijdverlies, eindeloze discussies en interne strijd zouden de totale vernietiging betekenen.

Het Centraal Comité, te beginnen bij het Politiek Bureau, moet zijn standpunt bepalen (dit natuurlijk in nauw overleg met het Internationaal Secretariaat). Vervolgens moeten de leden van het Politiek Bureau de opinievorming bij de leden voorbereiden. Ten gevolge van het uitzonderlijke belang van deze kwestie is het nodig dat er een congres bijeen geroepen wordt, dat een slotresolutie zal dienen uit te geven. Gezien de snelle evoluties die zien manifesteren, zou dit congres ten laatste op 14 juli moeten doorgaan. Enkel door dit tempo in acht te nemen in de daden en door het beslissende karakter van de voorgestelde zwenking zelf, kan men er zeker van zijn dat de Liga de boot niet mist en zij een enorme stap zal zetten in de richting van de vorming van een revolutionaire partij en de uitbouw van de Vierde Internationale.