Is de kleinburgerij bang voor de revolutie?
Uit ‘Whither France?’, 1934
* * *
Parlementaire cretinisten, die zichzelf naar voren schuiven als diegenen die dicht bij de mensen staan, herhalen graag: “Je moet de middenklasse niet bang maken met revolutie. Ze houden niet van extremen.”
In zijn algemene vorm is deze bewering absoluut verkeerd. Natuurlijk verkiest de kleine middenstander orde zolang zijn zaak draait en zolang hij hoop heeft dat het morgen beter zal gaan.
Maar als die hoop verloren gaat, wordt hij gemakkelijk woedend en is hij bereid om zich over te geven aan de meest extreme maatregelen. Hoe kon de democratische staat anders omvergeworpen worden om het fascisme aan de macht te brengen in Italië en Duitsland? De wanhopige kleinburgerij ziet in het fascisme bovenal een strijdbare kracht tegen het grootkapitaal en denkt dat de fascisten, in tegenstelling tot de arbeiderspartijen die vooral grote woorden naar voren brengen, effectief hun krachten zullen gebruiken om meer “rechtvaardigheid” in te stellen. De boer en de kleine handelaar zijn op hun manier realisten. Ze begrijpen dat er niet ontkomen kan worden aan het gebruik van geweld.
Het is verkeerd, compleet verkeerd, om te stellen dat de huidige kleinburgerij niet naar de arbeiderspartijen gaat omdat het bang is van “extreme maatregelen”. Integendeel. De lagere kleinburgerij, de grote massa’s, zien in de arbeiderspartijen slechts parlementaire machines. Ze geloven niet in hun kracht, noch in hun capaciteit om te strijden, noch in hun bereidheid om de strijd ditmaal tot het einde te voeren.
Als dit zo is, is het dan de moeite waard om de democratische kapitalistische vertegenwoordigers te vervangen door hun parlementaire broeders ter linkerzijde? Dat is hoe de halfuitgebuite en ontevreden kleine eigenaars zich voelen. Zonder een begrip van deze psychologie van de boeren, de kleine handelaars, bedienden, functionarissen,... — een psychologie die voortkomt uit de sociale crisis — is het onmogelijk om een correcte politiek uit te werken. De kleinburgerij is economisch afhankelijk en politiek geatomiseerd. Dat is waarom het geen onafhankelijke politiek kan voeren. Het heeft nood aan een “leider” die hen inspireert en vertrouwen geeft. Deze individuele of collectieve, het is te zeggen een persoon of partij, kan hen aangeboden worden door de ene of de andere fundamentele klasse — ofwel de grote burgerij ofwel het proletariaat. Het fascisme ontrafelt en bewapent de gebroken massa’s. Vanuit menselijke stof organiseert het gevechtseenheden. Op die manier geeft het de kleinburgerij de illusie dat het een onafhankelijke kracht is. Het begint zich voor te stellen dat het echt in staat zal zijn om de staat te leiden. Het is niet verrassend dat deze illusies en hoop in het gezicht van de kleinburgerij ontploffen!
Maar de kleinburgerij kan ook een leider vinden in het proletariaat. Dat werd aangetoond in Rusland en deels in Spanje. In Italië, Duitsland en Oostenrijk ontwikkelde de kleinburgerij in die richting. Maar de partijen van het proletariaat waren niet opgewassen voor hun historische taak.
Om de kleinburgerij aan haar kant te krijgen, moet het proletariaat haar vertrouwen winnen. En daartoe moet het vertrouwen hebben in haar eigen kracht.
Het proletariaat moet een duidelijk actieprogramma hebben en bereid zijn om te strijden voor de macht met alle mogelijke middelen. Aangemoedigd door haar revolutionaire partij, zegt het proletariaat aan de boeren en de kleinburgerij in de steden: “We voeren strijd om de macht. Hier is ons programma. We zijn bereid om met jullie te discussiëren over veranderingen in dit programma. We zullen enkel geweld gebruiken tegen het grootkapitaal en haar lakeien, maar met jullie willen we een alliantie vormen op basis van een programma.”
De boeren zullen dergelijke taal begrijpen. Ze moeten enkel vertrouwen hebben in de capaciteiten van het proletariaat om de macht te grijpen.
Daartoe is het noodzakelijk om een eenheidsfront op te bouwen los van iedere onbeslistheid en holle frasen. Het is noodzakelijk om de situatie te begrijpen en zich op een serieuze wijze op het revolutionaire pad begeven.
* * *
Parlementaire cretinisten, die zichzelf naar voren schuiven als diegenen die dicht bij de mensen staan, herhalen graag: “Je moet de middenklasse niet bang maken met revolutie. Ze houden niet van extremen.”
In zijn algemene vorm is deze bewering absoluut verkeerd. Natuurlijk verkiest de kleine middenstander orde zolang zijn zaak draait en zolang hij hoop heeft dat het morgen beter zal gaan.
Maar als die hoop verloren gaat, wordt hij gemakkelijk woedend en is hij bereid om zich over te geven aan de meest extreme maatregelen. Hoe kon de democratische staat anders omvergeworpen worden om het fascisme aan de macht te brengen in Italië en Duitsland? De wanhopige kleinburgerij ziet in het fascisme bovenal een strijdbare kracht tegen het grootkapitaal en denkt dat de fascisten, in tegenstelling tot de arbeiderspartijen die vooral grote woorden naar voren brengen, effectief hun krachten zullen gebruiken om meer “rechtvaardigheid” in te stellen. De boer en de kleine handelaar zijn op hun manier realisten. Ze begrijpen dat er niet ontkomen kan worden aan het gebruik van geweld.
Het is verkeerd, compleet verkeerd, om te stellen dat de huidige kleinburgerij niet naar de arbeiderspartijen gaat omdat het bang is van “extreme maatregelen”. Integendeel. De lagere kleinburgerij, de grote massa’s, zien in de arbeiderspartijen slechts parlementaire machines. Ze geloven niet in hun kracht, noch in hun capaciteit om te strijden, noch in hun bereidheid om de strijd ditmaal tot het einde te voeren.
Als dit zo is, is het dan de moeite waard om de democratische kapitalistische vertegenwoordigers te vervangen door hun parlementaire broeders ter linkerzijde? Dat is hoe de halfuitgebuite en ontevreden kleine eigenaars zich voelen. Zonder een begrip van deze psychologie van de boeren, de kleine handelaars, bedienden, functionarissen,... — een psychologie die voortkomt uit de sociale crisis — is het onmogelijk om een correcte politiek uit te werken. De kleinburgerij is economisch afhankelijk en politiek geatomiseerd. Dat is waarom het geen onafhankelijke politiek kan voeren. Het heeft nood aan een “leider” die hen inspireert en vertrouwen geeft. Deze individuele of collectieve, het is te zeggen een persoon of partij, kan hen aangeboden worden door de ene of de andere fundamentele klasse — ofwel de grote burgerij ofwel het proletariaat. Het fascisme ontrafelt en bewapent de gebroken massa’s. Vanuit menselijke stof organiseert het gevechtseenheden. Op die manier geeft het de kleinburgerij de illusie dat het een onafhankelijke kracht is. Het begint zich voor te stellen dat het echt in staat zal zijn om de staat te leiden. Het is niet verrassend dat deze illusies en hoop in het gezicht van de kleinburgerij ontploffen!
Maar de kleinburgerij kan ook een leider vinden in het proletariaat. Dat werd aangetoond in Rusland en deels in Spanje. In Italië, Duitsland en Oostenrijk ontwikkelde de kleinburgerij in die richting. Maar de partijen van het proletariaat waren niet opgewassen voor hun historische taak.
Om de kleinburgerij aan haar kant te krijgen, moet het proletariaat haar vertrouwen winnen. En daartoe moet het vertrouwen hebben in haar eigen kracht.
Het proletariaat moet een duidelijk actieprogramma hebben en bereid zijn om te strijden voor de macht met alle mogelijke middelen. Aangemoedigd door haar revolutionaire partij, zegt het proletariaat aan de boeren en de kleinburgerij in de steden: “We voeren strijd om de macht. Hier is ons programma. We zijn bereid om met jullie te discussiëren over veranderingen in dit programma. We zullen enkel geweld gebruiken tegen het grootkapitaal en haar lakeien, maar met jullie willen we een alliantie vormen op basis van een programma.”
De boeren zullen dergelijke taal begrijpen. Ze moeten enkel vertrouwen hebben in de capaciteiten van het proletariaat om de macht te grijpen.
Daartoe is het noodzakelijk om een eenheidsfront op te bouwen los van iedere onbeslistheid en holle frasen. Het is noodzakelijk om de situatie te begrijpen en zich op een serieuze wijze op het revolutionaire pad begeven.