Inleiding uit 1969

Door George Lavan Weissman


Liberalen en zelfs velen die zichzelf als marxist bestempelen maken zich schuldig aan een lichtzinnig gebruik van het woord fascisme. Ze gooien met die term als politiek scheldwoord tegen rechtse figuren die ze verachten, of tegen reactionairen in het algemeen.
Sinds Wereldoorlog II werd de term fascisme door sommigen gebruikt voor personen en bewegingen als Gerald L.K. Smith, senator Joseph McCarthy, senator Eastland, Barry Goldwater, de Minutemen, de John Birch Society, Richard Nixon, Ronald Reagan en George Wallace. Waren dit nu allemaal fascisten, of slechts enkelen van hen? Als het slechts enkelen waren, hoe bepalen we dan wie er wel één is en wie niet? Willekeurig gebruik van de term is een reflectie van een vaag begrip van de term. Als je vraagt om fascisme te definiëren, zal de liberaal antwoorden in termen van dictatuur, massa-neurose, anti-semitisme, de macht van propaganda zonder scrupules, het hypnotiserend effect van een geniaal-gekke spreker op de massa’s, enzoverder. Impressionisme en verwarring bij liberalen zijn niet verwonderlijk. De superioriteit van het marxisme bestaat echter uit het feit dat het in staat is om te analyseren en verschillen te zien tussen sociale en politieke fenomenen. Dat velen zichzelf marxist noemen en fascisme niet beter kunnen omschrijven dan de liberalen, is niet volledig hun fout. Los van het feit of ze er bewust van zijn, moet vastgesteld worden dat veel van de intellectuele standpunten overblijfselen zijn van de sociaal-democratische (reformistische) en stalinistische bewegingen, die de linkerzijde domineerden in de jaren 1930 toen het fascisme de ene overwinning na de andere behaalde. Die bewegingen slaagden er in om toe te laten dat het nazisme in Duitsland aan de macht kwam zonder bloedvergieten, en faalde erin om de natuur en de dynamiek van het fascisme te begrijpen en een methode te vinden om ertegen te vechten. Na de overwinningen van het fascisme, moesten ze zich verschuilen en slaagden ze er niet in een marxistische analyse te vormen, waardoor opeenvolgende generaties politiek verkeerde opvattingen ingelepeld kregen.
Er bestaat echter een marxistische analyse van het fascisme. Die analyse werd gemaakt door Leon Trotski, niet ná de feiten, maar tijdens de opkomst van het fascisme. Dit was een van de belangrijkste bijdragen van Trotski aan het marxisme. Hij begon zijn analyse te ontwikkelen na de overwinning van Mussolini in Italië in 1922 en versterkte het in de jaren voor Hitlers overwinning in Duitsland in 1933.
In zijn pogingen om de Duitse Communistische Partij en de Communistische Internationale (Comintern) wakker te schudden, bewust te maken van het dodelijke gevaar en te verenigen in een eenheidsfront tegen het nazisme, maakte Trotski een gedetailleerde kritiek op de standpunten van de sociaal-democratische en stalinistische partijen. Deze kritiek omvat een overzicht van zowat alle fouten, inefficiënte posities en zelfvernietigende standpunten die tegenover het fascisme ingenomen kunnen worden door arbeidersorganisaties. De standpunten van de Duitse partijen gingen immers van opportunisme en rechts verraad (sociaal-democraten) tot ultra-linkse onthouding en verraad (stalinisten).
De communistische beweging zat nog in haar ultra-linkse periode (de zogenaamde Derde Periode) toen de nazi-beweging als een sneeuwbal begon te rollen. Voor de stalinisten was elke kapitalistische partij automatisch een “fascistische” partij. Nog catastrofaler in het desoriënteren van de arbeiders, was de gekende uitspraak van Stalin dat fascisme en sociaal-democratie niet tegengesteld waren, maar eerder een “tweeling”. De sociaal-democraten werden daarom “sociaal-fascisten” genoemd en gezien als de belangrijkste vijand. Er kon uiteraard geen eenheidsfront zijn met sociaal-fascistische organisaties, en diegenen die, zoals Trotski, opkwamen voor zulke eenheidsfronten, werden eveneens bestempeld als zijnde sociaal-fascisten en werden als dusdanig behandeld.
Hoe ver de stalinistische lijn verwijderd was van de realiteit, wordt duidelijk als we nagaan hoe deze lijn vertaald werd in Amerikaanse termen. Bij de verkiezingen van 1932, spraken de Amerikaanse stalinisten zich uit tegen Franklin Roosevelt, omdat deze een fascistische kandidaat was, en tegen Norman Thomas, die gezien werd als sociaal-fascist. Wat absurd lijkt in de VS-politiek was tragisch in Duitsland en Oostenrijk.
Nadat de nazi’s aan de macht kwamen, stelden de stalinisten dat hun lijn 100% correct was en dat Hitler het maar enkele maanden zou volhouden, waarna een sovjet-Duitsland zou opkomen. De tijdslimiet voor dit mirakel werd verlengd van drie, over zes tot negen maanden, en dan verstomde de opschepperij en werd het stil. De omvang van de nederlaag van de arbeidersklasse, het speciale karakter van het fascisme waardoor het onderscheiden wordt van andere reactionaire regimes, werden duidelijk voor iedereen en de dreiging voor de Sovjetunie van een sterk Duits imperialisme werd meer en meer realiteit. Dat leidde tot een koerswijziging in Moskou in 1935 en bij de Communistische partijen in heel de wereld, waarbij er sterk naar rechts werd uitgeweken, zelfs rechts van de sociaal-democraten. Dat was de positie tegenover het zich verspreidende fascistische gevaar in Frankrijk en Spanje.
De militaire nederlaag van het Duitse en Italiaanse fascisme in Wereldoorlog II heeft de meeste mensen ervan overtuigd dat het fascisme voorgoed verslagen is en dat het zodanig in diskrediet gebracht was dat het nooit nieuwe aanhangers zou kunnen trekken. De gebeurtenissen sindsdien, en vooral het opkomen van nieuwe fascistische groepen en tendensen in zowat alle kapitalistische landen, maken duidelijk dat dit niet het geval is. De illusie dat Wereldoorlog II uitgevochten werd om de wereld te bevrijden van het fascisme ondergaat hetzelfde lot als de illusie dat de Eerste Wereldoorlog gevochten werd om overal democratie te installeren. Het virus van het kapitalisme is een onderdeel van het kapitalisme, een crisis kan het epidemische vormen doen aannemen, tenzij drastische tegenmaatregelen getroffen worden.
Aangezien een gewaarschuwd man er twee waard is, wordt een compilatie aangeboden — een beperkte selectie van teksten van Trotski over dit onderwerp — als wapen in het anti-fascistisch arsenaal.